BWBR0004800
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 46
Leidraad invordering 1990
... [Regeling vervallen per 01-07-2008] § 1. Aansprakelijkheid voor het recht van successie 1. Erfgenamen en legatarissen In het Burgerlijk Wetboek is bepaald wie erfgenamen en legatarissen zijn. Daarnaast kan men op grond van de bepalingen van de Successiewet 1956 "fictief" als erfgenaam of legataris worden aangemerkt. Ook in deze hoedanigheid van fictieve verkrijger valt men onder de werking van artikel 46 van de wet. 2. Door en bij het overlijden van de erflater De woorden "door en bij het overlijden" zijn opgenomen om de aansprakelijkheid van de erfgenamen voor het door legatarissen verschuldigde recht van successie te beperken tot die rechten, die op het ogenblik van het overlijden van de erflater enkel ten gevolge van dit overlijden verschuldigd zijn. Door deze beperking vindt artikel 46 van de wet geen toepassing als een belastingaanslag wordt opgelegd naar aanleiding van het plaatsvinden van latere gebeurtenissen als genoemd in artikel 45, derde lid, van de Successiewet 1956. Navorderingsaanslagen in het successierecht ten name van een legataris zijn "door en bij het overlijden" verschuldigd. 3. Volgorde aansprakelijkstelling Bij aangifte voor het recht van successie door de executeur blijven de erfgenamen aansprakelijk. Daarnaast ontstaat een aansprakelijkheid van de executeur (zie artikel 47 van de wet). De ontvanger zal, als beide aansprakelijkheidsregelingen van toepassing zijn, trachten de belastingschuld eerst te verhalen op de erfgenamen. 4. Buiten Nederland wonende verkrijgers De hoofdelijke aansprakelijkheid van artikel 46, tweede lid, van de wet bestaat voor het recht van successie waarvoor buiten Nederland wonende verkrijgers hoofdelijk schuldenaar zijn. De aansprakelijkheid is niet beperkt tot het recht van successie verschuldigd door verkrijgers die al op het ogenblik van overlijden van de erflater buiten Nederland woonden, maar is ook aanwezig als de verkrijgers pas na zijn overlijden buiten Nederland zijn gaan wonen. Als de erfgenamen niet met de afwikkeling van de nalatenschap waren belast, zijn zij slechts aansprakelijk tot het bedrag dat overeenkomt met het vermogen van de erflater dat zich ten tijde van diens overlijden in Nederland bevond. De (binnenlandse) erfgenamen kunnen zich dan daarop verhalen. De aansprakelijkheid wordt echter niet beperkt in situaties waarin de ontvanger aannemelijk maakt dat sprake is van misbruik. § 2. Aansprakelijkheid voor het recht van overgang 1. Recht van schenking In het Burgerlijk Wetboek is bepaald wie schenker en begiftigde is. Daarnaast kan men op grond van de bepalingen van de Successiewet 1956 als schenker of begiftigde worden aangemerkt. Ook in deze hoedanigheid van fictieve verkrijger valt men onder de bepaling van artikel 46 van de wet. Ook voor het recht van schenking verschuldigd bij de vervulling van de aan de schenking verbonden voorwaarde is de schenker hoofdelijk aansprakelijk. De aansprakelijkheid van artikel 46, derde lid, van de wet is niet toepasselijk op schenkers, wanneer de gedane schenking is onderworpen aan recht van overgang of aan recht van successie, wegens de bijzondere omstandigheden waaronder zij is gedaan. In die gevallen berust de aansprakelijkheid op artikel 46, eerste of tweede lid, van de wet.