BWBR0004800
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 52
Leidraad invordering 1990
... [Regeling vervallen per 01-07-2008] § 1. Invordering 1. Invordering na aansprakelijkstelling Ingevolge artikel 52, eerste lid, van de wet heeft de aansprakelijk gestelde een betalingstermijn van twee maanden na dagtekening van de beschikking. Als na het verstrijken van deze termijn geen betaling heeft plaatsgevonden en geen (of te laat een) bezwaarschrift tegen de beschikking is ingediend, is het in de beschikking vermelde bedrag invorderbaar. 2. Aanmaning en eigen dwangbevel De invordering vindt plaats met overeenkomstige toepassing van de artikelen 9, tiende lid, 11, 12, 13, 14 en 19 van de wet. De invordering vangt aan met de verzending van een aanmaning en wordt zonodig voortgezet door middel van een ten laste van de aansprakelijk gestelde uitgevaardigd dwangbevel. 3. [Red: Vervallen.] 4. Verzoek ambtshalve vermindering door belastingschuldige Als de belastingschuldige zich tot de inspecteur heeft gewend met het verzoek een belastingaanslag, waarvan het bedrag geheel of gedeeltelijk is opgenomen in het bedrag van de beschikking, ambtshalve te verminderen, wacht de ontvanger met de invordering bij de aansprakelijk gestelde. Het vorenstaande is niet van toepassing indien het verzoek kennelijk is ingediend met het oogmerk de invordering te traineren. 5. Invordering na declaratoir vonnis Als een declaratoir vonnis is gewezen, op grond van een dagvaarding die is uitgebracht vóór 1 december 2002" vindt invordering ten laste van de aansprakelijkgestelde eerst plaats nadat dit vonnis kracht van gewijsde heeft verkregen én nadat de uitspraak in de daarop volgende fiscale procedure onherroepelijk is komen vast te staan. De invordering, die plaatsvindt met overeenkomstige toepassing van de artikelen 11, 12, 13 en 14 van de wet vangt aan met de verzending van een aanmaning en wordt zo nodig voortgezet door middel van een ten laste van de aansprakelijkgestelde uitgevaardigd dwangbevel. In het geval dat het bezwaar c.q. beroep echter is ingesteld met het kennelijke oogmerk om de invordering te traineren of anderszins de belangen van de staat worden geschaad, kan de invordering al worden aangevangen voordat (het deel van) de belastingaanslag waarvoor aansprakelijk is gesteld is komen vast te staan. 6. Invordering na condemnatoir vonnis Als een condemnatoir vonnis is gewezen, op grond van een dagvaarding die is uitgebracht vóór 1 december 2002, wordt de aansprakelijkgestelde eerst aangemaand. Er wordt echter geen dwangbevel uitgevaardigd. Invordering vindt namelijk plaats op basis van het condemnatoire vonnis. Hoofdstuk III van de wet is dus niet van toepassing. De belastingdeurwaarder dient het vonnis ten uitvoer te leggen. § 2. Verzet tegen tenuitvoerlegging dwangbevel 1. Algemeen Artikel 52, tweede lid, van de wet bepaalt dat een aansprakelijkgestelde tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel in verzet kan komen op overeenkomstige wijze als een belastingschuldige op de voet van artikel 17 van de wet. De bepaling van het tweede lid opent echter niet de mogelijkheid voor de aansprakelijkgestelde om in verzet te komen tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel jegens de belastingschuldige. Evenmin kan de belastingschuldige in verzet komen tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel jegens de aansprakelijkgestelde. Het bepaalde in artikel 17, § 1, van deze leidraad is hierbij zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing. 2. Beperking verzetsgronden Op grond van artikel 52, tweede lid, van de wet kan de aansprakelijk gestelde niet als verzetsgrond aanvoeren dat de beschikking aansprakelijkstelling niet is ontvangen. Noch kan de aansprakelijk gestelde omstandigheden aanvoeren die aan de orde zijn gesteld, of hadden kunnen worden gesteld, bij het maken van bezwaar tegen de in artikel 49, eerste lid, van de wet genoemde beschikking, bij het instellen van beroep tegen een uitspraak op het desbetreffende bezwaar, bij het instellen van hoger beroep of bij het instellen van beroep in cassatie. Door de verwijzing naar artikel 17 van de wet kan de aansprakelijk gestelde zich voorts niet beroepen op de (materiële) onverschuldigdheid van de belasting waarvoor hij aansprakelijk is gesteld. 3. Verzet tegen executie condemnatoir vonnis Als een condemnatoir vonnis, dat is gewezen op grond van een dagvaarding die is uitgebracht vóór 1 december 2002, ten uitvoer wordt gelegd is geen verzet mogelijk tegen de tenuitvoerlegging van het dwangbevel aangezien het condemnatoir vonnis zelf vatbaar is voor tenuitvoerlegging en dus geen dwangbevel meer hoeft te worden uitgevaardigd. In deze gevallen kan de aansprakelijkgestelde zich wel verzetten tegen de executie van het vonnis, op grond van artikel 438 Rv. Hoewel dit verzet geen schorsende werking biedt, gaat de ontvanger er van uit dat het bepaalde bij artikel 17, § 1, tweede lid, van deze leidraad zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing is. § 3. Vordering 1. Vordering De ontvanger kan tegen een derde een vordering doen om de schulden van een aansprakelijkgestelde in verband met diens aansprakelijkstelling terzake te betalen. Het bepaalde bij artikel 19 van deze leidraad is hierbij zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing. § 4. Lijfsdwang 1. Aansprakelijkgestelde Lijfsdwang op grond van artikel 20 van de wet is ten aanzien van een aansprakelijkgestelde niet mogelijk. Toepassing van lijfsdwang ten aanzien van deze persoon uit anderen hoofde dan zijn hoedanigheid van aansprakelijkgestelde (bijvoorbeeld als belastingschuldige) wordt hierdoor echter niet aangetast.