BWBR0004800
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 60
Leidraad invordering 1990
... [Regeling vervallen per 01-07-2008] § 1. Raadpleging van stukken: aard, inhoud en wijze 1. Algemeen Artikel 60 van de wet regelt de aard, inhoud en wijze waarop aan de verplichtingen in hoofdstuk VII van de wet uitvoering moet worden gegeven. 2. Redelijke termijn Artikel 60, eerste lid, van de wet komt er op neer dat aan de in artikel 58 en artikel 62 van de wet genoemde verplichtingen binnen een door de ontvanger te bepalen termijn voldaan dient te worden. Voorts bepaalt dit lid dat die termijn redelijk behoort te zijn. Een redelijke termijn kan onder omstandigheden ook terstond zijn. Bij de afweging van de duur van de termijn kan bijvoorbeeld ook betekenis worden toegekend aan de inspanningen die de gegevensverstrekker zich moet getroosten om de gevraagde gegevens over te leggen; ook kostenaspecten kunnen hierbij een rol spelen. Voorts is ook niet zonder betekenis het belang dat de ontvanger heeft bij een spoedige verstrekking of beschikbaarstelling. Het is dit spanningsveld waarbinnen de redelijke termijn moet worden vastgesteld. 3. Kwaliteit van de gegevens en wijze van verstrekking of beschikbaar stellen Artikel 60, eerste lid, van de wet bepaalt voorts hoe de gegevens verstrekt of beschikbaar gesteld moeten worden. Duidelijk, stellig en zonder voorbehoud zijn begrippen die niet spoedig tot verwarring aanleiding zullen geven. Dubbelzinnige, weinig concrete of voor verschillende uitleg vatbare gegevens, dan wel gegevens ten aanzien waarvan voorbehouden worden gemaakt hoeft de ontvanger niet te accepteren. Hij herhaalt in een dergelijke situatie zijn vragen en vordert op basis van dit lid, correcte en concrete gegevens. Voldoen de gegevens ook na herhaling niet aan de gestelde eisen dan dient overwogen te worden een civiele procedure op te starten, dan wel de strafsanctie van hoofdstuk VIII toe te passen. Gegevensverstrekking vindt in beginsel uitsluitend schriftelijk plaats. Slechts in uitzonderingssituaties kan, dit ter beoordeling van de ontvanger, ook met mondelinge inlichtingen genoegen worden genomen. Bewijsrechtelijk bezien heeft mondelinge inlichtingenverstrekking slechts betekenis als getuigen kennis dragen van de inlichtingenverstrekking, hoewel het ook dan bezwaarlijk kan zijn precieze teksten te reproduceren. Naarmate het in het maatschappelijk verkeer gebruikelijk wordt, kan de ontvanger - overigens de redelijke belangen van de betrokken belastingschuldige, aansprakelijkgestelde of andere derde in het oog houdend - ook verlangen dat de gegevens op andere wijze worden verstrekt, bijvoorbeeld elektronisch, op schijf, op magneetband of via datacommunicatie. 4. Kopieën, leesbare afdrukken of uittreksels Het tweede lid van artikel 60 van de wet bepaalt dat van de voor raadpleging beschikbaar gestelde gevraagde gegevensdragers, kopieën, leesbare afdrukken of uittreksels worden gemaakt. Als dit gebeurt ter domicilie van de inlichtingenverstrekker dient dit zo min mogelijk overlast voor de betrokkene met zich mee te brengen, zonder dat daarbij overigens het invorderingsbelang in het geding is. 5. Strafsancties Bij het niet voldoen aan het in artikel 60 van de wet bepaalde zijn de strafsancties van hoofdstuk VIII van de wet van toepassing.