BWBR0004800
Geldig vanaf 01-01-2008
Artikel XII
Leidraad invordering 1990
Waar in dit hoofdstuk wordt gesproken over vervolgingskosten of kosten worden daarmee bedoeld de kosten die op grond van de Kostenwet invordering rijksbelastingen in rekening worden gebracht. Hieronder vallen dus ook de kosten die verbonden zijn aan de werkzaamheden die de belastingdeurwaarder verricht in het kader van de invordering op civiele wijze. Onder het begrip "(vervolgings-)kosten" vallen niet de kosten van de ambtelijke werkzaamheden als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel f, van de wet.
Op de Kostenwet invordering rijksbelastingen is, in tegenstelling tot de wet, de Awb onverkort van toepassing.
Onder de bij een dwangbevel gevorderde som, waarvan sprake is in artikel 3, eerste lid, van de Kostenwet invordering rijksbelastingen, is te verstaan het belastingbedrag, waarvoor het dwangbevel is uitgevaardigd, dus zonder de vervolgingskosten en eventuele (pro memorie opgenomen) rente.
Onder de bedragen die op grond van artikel 6 van de Kostenwet invordering rijksbelastingen aan de belastingschuldige in rekening worden gebracht vallen bijvoorbeeld de kosten van de advertenties als zijn bedoeld in de artikelen 3, vierde lid, en 4, eerste lid, van de Kostenwet invordering rijksbelastingen, en de vergoeding van de bewaarder, dan wel door hem ingeschakelde derden. Voorts de kosten van het openen van deuren en huisraad als zijn bedoeld in artikel 444 Rv, de kosten van het verrichten van werkzaamheden ten behoeve van de verkoop ter plaatse van de in beslag genomen zaken, de kosten van het verrichten van werkzaamheden door makelaars, deskundigen en afslagers alsmede in beginsel de kosten van het doen overbrengen van de in beslag genomen zaken als de verkoop elders plaatsvindt. Om redenen van beleid worden de laatstgenoemde kosten echter slechts in rekening gebracht als de verkoop elders geschiedt op uitdrukkelijk verzoek van de belastingschuldige dan wel als daarbij voornamelijk zijn belang is gediend. Eventuele door de Belastingdienst ten behoeve van de betekening en de tenuitvoerlegging van het dwangbevel gemaakte reiskosten kunnen niet op de belastingschuldige worden verhaald. Ditzelfde geldt voor bijvoorbeeld porti- en telefoonkosten.
Artikel 7 van de Kostenwet invordering rijksbelastingen opent een bijzondere rechtsgang voor de beslechting van geschillen met betrekking tot de in rekening gebrachte kosten voor de aanmaning en voor de betekening van het dwangbevel.
Tegen het in rekening brengen van de aanmaningskosten en de betekeningskosten van een per post betekend dwangbevel staat bezwaar open bij de ontvanger. Tegen het in rekening brengen van de betekeningskosten van een dwangbevel dat door de belastingdeurwaarder is betekend, staat administratief beroep open bij de ontvanger. Ter zake van de beslissing van de ontvanger staat beroep en vervolgens hoger beroep open bij de fiscale rechter. Geschillen over andere in rekening gebrachte vervolgingskosten dan die van de aanmaning en van de betekening van het dwangbevel, kunnen aan het oordeel van de rechter worden onderworpen door het instellen van verzet tegen de tenuitvoerlegging van het dwangbevel.
Op een bezwaarschrift tegen de in rekening gebrachte kosten van een aanmaning zijn de Awb en het Besluit Fiscaal Bestuursrecht van toepassing.
Als sprake is van administratief beroep bij de ontvanger is het tweede lid van deze paragraaf van overeenkomstige toepassing.
Als er in verband met de beslissing van de ontvanger (hoger) beroep of beroep in cassatie is ingesteld wordt gehandeld overeenkomstig het bepaalde in het Besluit beroep in belastingzaken 2000, met dien verstande dat voor "inspecteur" dient te worden gelezen: ontvanger. Het bepaalde in de paragrafen 2, 6a, onderdelen 3a en b, 16a, 19, onderdelen 2a en b, en 24, onderdeel 2, van het genoemde besluit is niet van toepassing. In de plaats van § 15c van het genoemde besluit geldt hetgeen in deze leidraad in het eerste lid van § 4 bij artikel 3 is vermeld.
Op grond van artikel 6:16 Awb stuit indiening van een bezwaarschrift of beroepschrift (in hoger beroep) niet de aanvang of de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de akte van vervolging. Als om uitstel van betaling wordt verzocht is het beleid dat is verwoord in artikel 25, paragrafen 1 en 2, van deze leidraad van overeenkomstige toepassing.
Een verzoek van de belastingschuldige tot vermindering van de in rekening gebrachte kosten op grond van de in de leden 2, 3 en 4 van deze paragraaf genoemde omstandigheden wordt aangemerkt als een bezwaarschrift. Het bepaalde in § 2 is van overeenkomstige toepassing.
In een aantal gevallen worden voor het uitbrengen van exploten geen vervolgingskosten in rekening gebracht.
De bedoelde gevallen zijn:
- herhaalde betekening van een dwangbevel;
- (herhaalde) betekening van een dwangbevel uitsluitend ter stuiting van de verjaring;
- betekening van een vordering;
- betekening aan een minderjarige of onder curatele gestelde als bedoeld in artikel 13, § 1, vijfde lid, van deze leidraad met dien verstande dat de eerste betekening wel, maar de tweede betekening (aan de wettelijke vertegenwoordiger) niet in rekening wordt gebracht;
- betekening van een directorale beslissing op een beroepschrift tegen de inbeslagneming van roerende zaken aan de derde die het beroepschrift heeft ingediend, de beslagene en - zo nodig - de bewaarder, al dan niet gepaard gaande met gehele of gedeeltelijke opheffing van het beslag;
- betekening van een proces-verbaal van overgang van de bewaring van beslagen roerende zaken, anders dan op verzoek of door toedoen van de belastingschuldige.
Naast de gevallen waarin ten aanzien van de kostenberekening rekenfouten zijn gemaakt dan wel een onjuist tarief is gehanteerd zijn kosten niet verschuldigd in de volgende gevallen.
- Als de betaling op de rekening van de Belastingdienst is bijgeschreven op of voorafgaand aan de dag waarop de kosten verschuldigd zijn geworden.
- Voorzover na het in rekening brengen van de kosten een afname van de schuld, anders dan door betaling, kwijtschelding of verrekening tot stand is gekomen. Deze situatie zal zich voordoen bij vermindering van belastingaanslagen, alsmede bij afboeking van definitieve negatieve aanslagen op voorlopige positieve aanslagen van hetzelfde jaar.
- Wanneer er, achteraf bezien, al voor het in rekening brengen van de kosten om beleidsmatige redenen aanleiding is geweest om de invordering op te schorten. Hierbij valt te denken aan: - een schriftelijk ingediend verzoek om uitstel;
- een ingediend aanvraagformulier voor kwijtschelding, mits volledig ingevuld;
- een ingediend verzoekschrift bij Hare Majesteit de Koningin, de Nationale Ombudsman, de Commissies voor de Verzoekschriften uit de Tweede en Eerste Kamer der Staten-Generaal, het Ministerie van Financiën, de directeur. Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat zich omstandigheden kunnen voordoen waarin het noodzakelijk is de invordering wel voort te zetten. In dat geval komen de hieraan verbonden kosten vanzelfsprekend niet voor een tegemoetkoming in aanmerking. Kosten worden in afwijking van het vorenstaande altijd in rekening gebracht als sprake is van trainering van de invordering.
- een schriftelijk ingediend verzoek om uitstel;
- een ingediend aanvraagformulier voor kwijtschelding, mits volledig ingevuld;
- een ingediend verzoekschrift bij Hare Majesteit de Koningin, de Nationale Ombudsman, de Commissies voor de Verzoekschriften uit de Tweede en Eerste Kamer der Staten-Generaal, het Ministerie van Financiën, de directeur.
- Wanneer na het in rekening brengen van de kosten aan de belastingaanslag een nieuwe dagtekening is toegekend.
- Wanneer een derdenbeslag nooit blijkt te hebben gelegen als bedoeld in artikel 14, § 4, eerste lid, van deze leidraad.
- Wanneer zaken - die in een onroerende zaak aanwezig zijn - zowel in een beslag op roerende als in een beslag op onroerende zaken zijn begrepen omdat twijfel bestaat over de vraag of deze zaken roerend dan wel onroerend zijn en duidelijkheid is verkregen door middel van welk beslag die zaken moeten worden uitgewonnen zijn de kosten die verband houden met het niet voortgezette beslag niet verschuldigd (zie artikel 14, § 3, zevende lid, van deze leidraad).
- Wanneer zaken - die op of in een schip van de belastingschuldige aanwezig zijn - zowel in een beslag op het schip als in een beslag op roerende zaken zijn begrepen omdat twijfel bestaat over de vraag of deze zaken een bestanddeel vormen van het schip dan wel zelfstandige roerende zaken zijn en duidelijkheid is verkregen door middel van welk beslag die zaken moeten worden uitgewonnen zijn de kosten die verband houden met het niet voortgezette beslag niet verschuldigd (zie artikel 14, § 5, zesde lid, van deze leidraad).
De beslissing om de kosten terug te brengen tot het juiste bedrag dan wel de kosten terug te betalen, geschiedt ambtshalve dan wel na een daartoe ingediend verzoekschrift.
In uitzonderlijke situaties kan er voor de ontvanger aanleiding bestaan de in rekening gebrachte vervolgingskosten – hoezeer ook verschuldigd – te verminderen als de belastingschuldige hier schriftelijk om verzoekt. Van zo’n situatie kan sprake zijn als de belastingschuldige aantoont in omstandigheden te hebben verkeerd die het hem feitelijk onmogelijk maakten zijn verplichtingen tijdig na te komen en bovendien de invordering van vervolgingskosten – gezien de omstandigheden van het specifieke geval – onredelijk en onbillijk is.
Indien invorderingsmaatregelen zijn getroffen met inachtneming van de artikelen 10 en 15 van de wet, worden de daaraan verbonden vervolgingskosten niet ten tijde van het treffen van de genoemde maatregelen in rekening gebracht, indien en voorzover de belastingschuldige op dat tijdstip nog niet in de gelegenheid is geweest om van zijn belastingschuld kennis te nemen en deze te voldoen.
De belastingschuldige wordt in elk geval geacht kennis te hebben genomen van zijn belastingschuld en ook in de gelegenheid te zijn geweest deze te voldoen, indien na de dag waarop het aanslagbiljet aan hem of - in het geval van rechtspersonen - aan zijn bestuurder is uitgereikt, twee werkdagen zijn verstreken. Na ommekomst van de in de vorige volzin genoemde termijn van twee dagen stelt de belastingdeurwaarder de vervolgingskosten vast bij voor beroep vatbare beschikking. De beschikking wordt aan de belastingschuldige bekend gemaakt. In de beschikking wordt er melding van gemaakt dat de kosten dadelijk en ineens invorderbaar zijn.
Met betrekking tot de door aansprakelijkgestelden verschuldigde kosten die het gevolg zijn van invorderingsmaatregelen die ten aanzien van de aansprakelijkgestelde zijn genomen is deze paragraaf van overeenkomstige toepassing.
Kwijtschelding is niet mogelijk wegens vermeende betalingsonmacht. Evenzo zal in die gevallen ook geen toezegging worden gedaan dat deze kosten niet zullen worden ingevorderd. Het vorenstaande laat onverlet dat kwijtschelding wordt verleend c.q. kosten buiten invordering worden gelaten wanneer de hoofdsom wordt kwijtgescholden c.q. buiten invordering gelaten. Hiervoor wordt verwezen naar hetgeen is vermeld bij artikel 26 van deze leidraad.
Indien op dezelfde dag aan een belastingschuldige meerdere ten name van die belastingschuldige gestelde dwangbevelen worden betekend en die betekeningskosten in totaal alsdan meer zouden bedragen dan € 10.283 zijn niet meer betekeningskosten verschuldigd dan € 10.283.
Op de Kostenwet invordering rijksbelastingen is, in tegenstelling tot de wet, de Awb onverkort van toepassing.
Onder de bij een dwangbevel gevorderde som, waarvan sprake is in artikel 3, eerste lid, van de Kostenwet invordering rijksbelastingen, is te verstaan het belastingbedrag, waarvoor het dwangbevel is uitgevaardigd, dus zonder de vervolgingskosten en eventuele (pro memorie opgenomen) rente.
Onder de bedragen die op grond van artikel 6 van de Kostenwet invordering rijksbelastingen aan de belastingschuldige in rekening worden gebracht vallen bijvoorbeeld de kosten van de advertenties als zijn bedoeld in de artikelen 3, vierde lid, en 4, eerste lid, van de Kostenwet invordering rijksbelastingen, en de vergoeding van de bewaarder, dan wel door hem ingeschakelde derden. Voorts de kosten van het openen van deuren en huisraad als zijn bedoeld in artikel 444 Rv, de kosten van het verrichten van werkzaamheden ten behoeve van de verkoop ter plaatse van de in beslag genomen zaken, de kosten van het verrichten van werkzaamheden door makelaars, deskundigen en afslagers alsmede in beginsel de kosten van het doen overbrengen van de in beslag genomen zaken als de verkoop elders plaatsvindt. Om redenen van beleid worden de laatstgenoemde kosten echter slechts in rekening gebracht als de verkoop elders geschiedt op uitdrukkelijk verzoek van de belastingschuldige dan wel als daarbij voornamelijk zijn belang is gediend. Eventuele door de Belastingdienst ten behoeve van de betekening en de tenuitvoerlegging van het dwangbevel gemaakte reiskosten kunnen niet op de belastingschuldige worden verhaald. Ditzelfde geldt voor bijvoorbeeld porti- en telefoonkosten.
Artikel 7 van de Kostenwet invordering rijksbelastingen opent een bijzondere rechtsgang voor de beslechting van geschillen met betrekking tot de in rekening gebrachte kosten voor de aanmaning en voor de betekening van het dwangbevel.
Tegen het in rekening brengen van de aanmaningskosten en de betekeningskosten van een per post betekend dwangbevel staat bezwaar open bij de ontvanger. Tegen het in rekening brengen van de betekeningskosten van een dwangbevel dat door de belastingdeurwaarder is betekend, staat administratief beroep open bij de ontvanger. Ter zake van de beslissing van de ontvanger staat beroep en vervolgens hoger beroep open bij de fiscale rechter. Geschillen over andere in rekening gebrachte vervolgingskosten dan die van de aanmaning en van de betekening van het dwangbevel, kunnen aan het oordeel van de rechter worden onderworpen door het instellen van verzet tegen de tenuitvoerlegging van het dwangbevel.
Op een bezwaarschrift tegen de in rekening gebrachte kosten van een aanmaning zijn de Awb en het Besluit Fiscaal Bestuursrecht van toepassing.
Als sprake is van administratief beroep bij de ontvanger is het tweede lid van deze paragraaf van overeenkomstige toepassing.
Als er in verband met de beslissing van de ontvanger (hoger) beroep of beroep in cassatie is ingesteld wordt gehandeld overeenkomstig het bepaalde in het Besluit beroep in belastingzaken 2000, met dien verstande dat voor "inspecteur" dient te worden gelezen: ontvanger. Het bepaalde in de paragrafen 2, 6a, onderdelen 3a en b, 16a, 19, onderdelen 2a en b, en 24, onderdeel 2, van het genoemde besluit is niet van toepassing. In de plaats van § 15c van het genoemde besluit geldt hetgeen in deze leidraad in het eerste lid van § 4 bij artikel 3 is vermeld.
Op grond van artikel 6:16 Awb stuit indiening van een bezwaarschrift of beroepschrift (in hoger beroep) niet de aanvang of de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de akte van vervolging. Als om uitstel van betaling wordt verzocht is het beleid dat is verwoord in artikel 25, paragrafen 1 en 2, van deze leidraad van overeenkomstige toepassing.
Een verzoek van de belastingschuldige tot vermindering van de in rekening gebrachte kosten op grond van de in de leden 2, 3 en 4 van deze paragraaf genoemde omstandigheden wordt aangemerkt als een bezwaarschrift. Het bepaalde in § 2 is van overeenkomstige toepassing.
In een aantal gevallen worden voor het uitbrengen van exploten geen vervolgingskosten in rekening gebracht.
De bedoelde gevallen zijn:
- herhaalde betekening van een dwangbevel;
- (herhaalde) betekening van een dwangbevel uitsluitend ter stuiting van de verjaring;
- betekening van een vordering;
- betekening aan een minderjarige of onder curatele gestelde als bedoeld in artikel 13, § 1, vijfde lid, van deze leidraad met dien verstande dat de eerste betekening wel, maar de tweede betekening (aan de wettelijke vertegenwoordiger) niet in rekening wordt gebracht;
- betekening van een directorale beslissing op een beroepschrift tegen de inbeslagneming van roerende zaken aan de derde die het beroepschrift heeft ingediend, de beslagene en - zo nodig - de bewaarder, al dan niet gepaard gaande met gehele of gedeeltelijke opheffing van het beslag;
- betekening van een proces-verbaal van overgang van de bewaring van beslagen roerende zaken, anders dan op verzoek of door toedoen van de belastingschuldige.
Naast de gevallen waarin ten aanzien van de kostenberekening rekenfouten zijn gemaakt dan wel een onjuist tarief is gehanteerd zijn kosten niet verschuldigd in de volgende gevallen.
- Als de betaling op de rekening van de Belastingdienst is bijgeschreven op of voorafgaand aan de dag waarop de kosten verschuldigd zijn geworden.
- Voorzover na het in rekening brengen van de kosten een afname van de schuld, anders dan door betaling, kwijtschelding of verrekening tot stand is gekomen. Deze situatie zal zich voordoen bij vermindering van belastingaanslagen, alsmede bij afboeking van definitieve negatieve aanslagen op voorlopige positieve aanslagen van hetzelfde jaar.
- Wanneer er, achteraf bezien, al voor het in rekening brengen van de kosten om beleidsmatige redenen aanleiding is geweest om de invordering op te schorten. Hierbij valt te denken aan: - een schriftelijk ingediend verzoek om uitstel;
- een ingediend aanvraagformulier voor kwijtschelding, mits volledig ingevuld;
- een ingediend verzoekschrift bij Hare Majesteit de Koningin, de Nationale Ombudsman, de Commissies voor de Verzoekschriften uit de Tweede en Eerste Kamer der Staten-Generaal, het Ministerie van Financiën, de directeur. Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat zich omstandigheden kunnen voordoen waarin het noodzakelijk is de invordering wel voort te zetten. In dat geval komen de hieraan verbonden kosten vanzelfsprekend niet voor een tegemoetkoming in aanmerking. Kosten worden in afwijking van het vorenstaande altijd in rekening gebracht als sprake is van trainering van de invordering.
- een schriftelijk ingediend verzoek om uitstel;
- een ingediend aanvraagformulier voor kwijtschelding, mits volledig ingevuld;
- een ingediend verzoekschrift bij Hare Majesteit de Koningin, de Nationale Ombudsman, de Commissies voor de Verzoekschriften uit de Tweede en Eerste Kamer der Staten-Generaal, het Ministerie van Financiën, de directeur.
- Wanneer na het in rekening brengen van de kosten aan de belastingaanslag een nieuwe dagtekening is toegekend.
- Wanneer een derdenbeslag nooit blijkt te hebben gelegen als bedoeld in artikel 14, § 4, eerste lid, van deze leidraad.
- Wanneer zaken - die in een onroerende zaak aanwezig zijn - zowel in een beslag op roerende als in een beslag op onroerende zaken zijn begrepen omdat twijfel bestaat over de vraag of deze zaken roerend dan wel onroerend zijn en duidelijkheid is verkregen door middel van welk beslag die zaken moeten worden uitgewonnen zijn de kosten die verband houden met het niet voortgezette beslag niet verschuldigd (zie artikel 14, § 3, zevende lid, van deze leidraad).
- Wanneer zaken - die op of in een schip van de belastingschuldige aanwezig zijn - zowel in een beslag op het schip als in een beslag op roerende zaken zijn begrepen omdat twijfel bestaat over de vraag of deze zaken een bestanddeel vormen van het schip dan wel zelfstandige roerende zaken zijn en duidelijkheid is verkregen door middel van welk beslag die zaken moeten worden uitgewonnen zijn de kosten die verband houden met het niet voortgezette beslag niet verschuldigd (zie artikel 14, § 5, zesde lid, van deze leidraad).
De beslissing om de kosten terug te brengen tot het juiste bedrag dan wel de kosten terug te betalen, geschiedt ambtshalve dan wel na een daartoe ingediend verzoekschrift.
In uitzonderlijke situaties kan er voor de ontvanger aanleiding bestaan de in rekening gebrachte vervolgingskosten – hoezeer ook verschuldigd – te verminderen als de belastingschuldige hier schriftelijk om verzoekt. Van zo’n situatie kan sprake zijn als de belastingschuldige aantoont in omstandigheden te hebben verkeerd die het hem feitelijk onmogelijk maakten zijn verplichtingen tijdig na te komen en bovendien de invordering van vervolgingskosten – gezien de omstandigheden van het specifieke geval – onredelijk en onbillijk is.
Indien invorderingsmaatregelen zijn getroffen met inachtneming van de artikelen 10 en 15 van de wet, worden de daaraan verbonden vervolgingskosten niet ten tijde van het treffen van de genoemde maatregelen in rekening gebracht, indien en voorzover de belastingschuldige op dat tijdstip nog niet in de gelegenheid is geweest om van zijn belastingschuld kennis te nemen en deze te voldoen.
De belastingschuldige wordt in elk geval geacht kennis te hebben genomen van zijn belastingschuld en ook in de gelegenheid te zijn geweest deze te voldoen, indien na de dag waarop het aanslagbiljet aan hem of - in het geval van rechtspersonen - aan zijn bestuurder is uitgereikt, twee werkdagen zijn verstreken. Na ommekomst van de in de vorige volzin genoemde termijn van twee dagen stelt de belastingdeurwaarder de vervolgingskosten vast bij voor beroep vatbare beschikking. De beschikking wordt aan de belastingschuldige bekend gemaakt. In de beschikking wordt er melding van gemaakt dat de kosten dadelijk en ineens invorderbaar zijn.
Met betrekking tot de door aansprakelijkgestelden verschuldigde kosten die het gevolg zijn van invorderingsmaatregelen die ten aanzien van de aansprakelijkgestelde zijn genomen is deze paragraaf van overeenkomstige toepassing.
Kwijtschelding is niet mogelijk wegens vermeende betalingsonmacht. Evenzo zal in die gevallen ook geen toezegging worden gedaan dat deze kosten niet zullen worden ingevorderd. Het vorenstaande laat onverlet dat kwijtschelding wordt verleend c.q. kosten buiten invordering worden gelaten wanneer de hoofdsom wordt kwijtgescholden c.q. buiten invordering gelaten. Hiervoor wordt verwezen naar hetgeen is vermeld bij artikel 26 van deze leidraad.
Indien op dezelfde dag aan een belastingschuldige meerdere ten name van die belastingschuldige gestelde dwangbevelen worden betekend en die betekeningskosten in totaal alsdan meer zouden bedragen dan € 10.283 zijn niet meer betekeningskosten verschuldigd dan € 10.283.
- Citeren als
- Art. XII
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0004800
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl