BWBR0004800
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 53
Leidraad invordering 1990
... [Regeling vervallen per 01-07-2008] § 1. Verhaalsrechten 1. Voorrang, bodemrecht De ontvanger heeft op grond van het bepaalde in artikel 53, eerste lid, van de wet de mogelijkheid om voor de door hem te innen aansprakelijkheidsschulden bij voorrang verhaal te nemen op alle goederen van de aansprakelijkgestelde (vergelijk artikel 21 van de wet) en om terzake het bodemrecht uit te oefenen (vergelijk artikel 22, derde lid, van de wet). § 2. Verrekening 1. Verrekening aansprakelijkheidsschuld In artikel 53, eerste lid, van de wet is bepaald dat ook de regels inzake de verrekening ( artikel 24 van de wet, met uitzondering van het derde lid) overeenkomstige toepassing vinden ten aanzien van een aansprakelijkgestelde. Dit leidt ertoe dat een openstaande aansprakelijkheidsschuld kan worden verrekend met een aan de aansprakelijkgestelde uit te betalen bedrag. § 2A. [Red: Vervallen.] § 3. Ontslag van betalingsverplichting 1. Algemeen Als de aansprakelijkgestelde niet in staat is anders dan met buitengewoon bezwaar de belastingschuld waarvoor hij aansprakelijk is gesteld geheel of gedeeltelijk te voldoen kan aan hem op verzoek ontslag van betalingsverplichting worden verleend. Zie verder artikel 26, § 1, derde lid, van deze leidraad. § 4. Verjaring 1. Geen eigen verjaringsregels Wat de verjaring betreft is geen bepaling inzake de toepassing bij aansprakelijkstelling opgenomen, omdat de aansprakelijkheidsschuld betrekking heeft op de schuld die op grond van de belastingaanslag bestaat. Verjaring van het recht tot dwanginvordering en verrekening met betrekking tot de belastingaanslag heeft tot gevolg dat dit recht eveneens verjaart met betrekking tot de invordering van een aansprakelijkheidsschuld. Als ten tijde van de verjaring de belastingaanslag voor de betaling waarvan de derde aansprakelijk is gesteld - ook te zijnen aanzien - onherroepelijk is vast komen te staan, handelt de ontvanger overeenkomstig het bepaalde in artikel 27, § 1, achtste en negende lid, van deze leidraad. 2. Geen verlenging verjaringstermijn Als een aansprakelijkgestelde bijvoorbeeld uitstel van betaling heeft of in staat van faillissement verkeert, leidt dit niet tot verlenging van de verjaringstermijn. Om te bereiken dat het recht tot dwanginvordering en verrekening niet verjaren dient de ontvanger aan de belastingschuldige een dwangbevel te betekenen (zie artikel 27, § 1, derde lid, van deze leidraad). Het vorenstaande geldt eveneens in het geval ten aanzien van de aansprakelijkgestelde de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling is uitgesproken.