BWBR0004800
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 44
Leidraad invordering 1990
... [Regeling vervallen per 01-07-2008] § 1. Algemeen 1. Inleiding De in artikel 44 van de wet opgenomen aansprakelijkheidsbepaling ziet op de gevallen waarin met toepassing van artikel 2.15 en artikel 2.17, tweede tot en met zesde lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 inkomensbestanddelen van een derde zijn toegerekend aan de belastingschuldige. Door deze toerekening komt de belasting over de toegerekende inkomensbestanddelen op een ander te rusten dan degene die de belasting in feite zou moeten dragen. In artikel 44 is bepaald dat degene die de belasting in feite zou moeten dragen, aansprakelijk is voor de belasting die is verschuldigd over de aan een ander toegerekende inkomensbestanddelen. Het betreft gevallen waarin: - op grond van artikel 2.15, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 het belastbare resultaat uit overige werkzaamheden, bedoeld in de artikelen 3.91, eerste lid, onderdelen a en b, en derde lid, en 3.92 van die wet, de belastbare inkomsten uit eigen woning, het belastbare inkomen uit aanmerkelijk belang en de rendementsgrondslag voor het belastbare inkomen uit sparen en beleggen, van een minderjarig kind worden toegerekend aan de ouder die het gezag over het kind uitoefent; - op grond van artikel 2.17, tweede tot en met het zesde lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 belastbare inkomsten uit eigen woning, inkomen uit aanmerkelijk belang, vóór de vermindering met de persoonsgebonden aftrek, of bestanddelen van de rendementsgrondslag van een derde (in casu de partner of ex-partner van de belastingschuldige) geacht worden bij de belastingschuldige op te komen, te zijn opgekomen of tot zijn bezit te behoren dan wel te hebben behoord. Op grond van artikel 1.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 wordt onder het hiervoor genoemde begrip partner verstaan: - de niet duurzaam gescheiden levende echtgenoot (waaronder mede de geregistreerde partner wordt begrepen); - de ongehuwde meerderjarige die met de ongehuwde meerderjarige belastingplichtige in het kalenderjaar gedurende meer dan zes maanden onafgebroken een gezamenlijke huishouding voert (de ongehuwd samenwonende) en gedurende die tijd op hetzelfde woonadres als de belastingplichtige staat ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens en samen en uitsluitend met de belastingplichtige voor het kalenderjaar kiest voor kwalificatie als partner. § 2. Aansprakelijkheid kind voor inkomensbestanddelen die aan de ouder zijn toegerekend 1. Algemeen Op grond van het bepaalde in artikel 2.15 van de Wet inkomstenbelasting 2001 worden de in § 1, eerste lid, genoemde inkomensbestanddelen van een minderjarig kind toegerekend aan de ouder (belastingschuldige) die het gezag over het kind uitoefent. Als het gezag over het (minderjarige) kind aan meer dan één ouder toekomt worden de in § 1, eerste lid, genoemde inkomensbestanddelen in gelijke delen aan ieder van de ouders toegerekend. Op grond van artikel 44, eerste lid, van de wet is het kind wiens inkomensbestanddelen aan de ouder(s) is (zijn) toegerekend, naar evenredigheid aansprakelijk voor de verschuldigde inkomstenbelasting over de inkomensbestanddelen die aan de ouder(s) zijn toegerekend. § 3. Aansprakelijkheid krachtens huwelijksgoederenrecht en geregistreerd partnerschap 1. Aansprakelijkheid echtgenoten De in § 1, eerste lid, vermelde aansprakelijkheid van de derde (partner) geldt, zoals in artikel 32, eerste lid, van de wet is bepaald, onverminderd het bepaalde met betrekking tot de aansprakelijkheid in enige andere wettelijke regeling. Uit het vorenstaande volgt dat naast de mogelijkheid tot aansprakelijkstelling op grond van artikel 44 van de wet, ten aanzien van de aansprakelijkheid van echtgenoten - en in bijzondere omstandigheden ook ex-echtgenoten - een beroep kan worden gedaan op civielrechtelijke aansprakelijkheden die voortvloeien uit het tussen echtgenoten geldende huwelijksgoederenrecht (zie artikel 32 van deze leidraad). 2. Aansprakelijkheid geregistreerde partners Op grond van artikel 1:80b van het BW zijn de titels 6 (rechten en verplichtingen van echtgenoten), 7 en 8 van boek 1 van het BW van overeenkomstige toepassing op een geregistreerd partnerschap. Uit het vorenstaande volgt dat hetgeen in het eerste lid van deze paragraaf is vermeld ten aanzien van de aansprakelijkheid van echtgenoten krachtens huwelijksgoederenrecht, eveneens geldt ten aanzien van geregistreerde partners. § 4. Omvang aansprakelijkheid 1. Bepalen van de omvang van de aansprakelijkstelling In artikel 44 van de wet zijn regels gegeven voor de berekening van het bedrag waarover de fiscaalrechtelijke aansprakelijkheid bestaat. Daarnaast is in artikel 49, eerste lid, van de wet bepaald dat de ontvanger aan degene die hij aansprakelijk stelt het bedrag meedeelt waarvoor die aansprakelijkheid bestaat. Voordat aan de aansprakelijk te stellen derde van die aansprakelijkheid mededeling kan worden gedaan, moet dus het bedrag worden berekend waarvoor die aansprakelijkheid bestaat. In verband hiermee verzoekt de ontvanger, de inspecteur die de belastingaanslag heeft opgelegd waarin inkomensbestanddelen van de aansprakelijk te stellen derde zijn begrepen, hem mee te delen tot welk bedrag de aansprakelijkstelling kan plaatsvinden.