BWBR0003558
Geldig vanaf 1983-01-01
Artikel 6
Regeling uitgiftevoorwaarden grondbankstelsel
1. De erfpachter kent de erfpachtzaak volledig en aanvaardt dit in de staat waarin het zich ten tijde van de aanvang van de erfpacht bevindt, met alle daaraan verbonden lusten en lasten, heersende en lijdende erfdienstbaarheden.
2. De vermelding in de akte van oppervlakte, belendingen, vorm, aard, bestemming of ligging van de erfpachtzaak is slechts als aanduiding bedoeld, zonder dat de erfpachtzaak hieraan behoeft te beantwoorden. De erfpachter heeft geen aanspraak op ontbinding van de erfpachtovereenkomst, vermindering van de canon of schadevergoeding indien het vermelde niet overeenkomt met de werkelijkheid.
3. Na inmeting door het kadaster van gedeeltelijke percelen of anderszins, treden de uitkomsten daarvan in de plaats van de omschrijving in de akte van erfpachtuitgifte ten aanzien van hetgeen in erfpacht is verkregen. Bij de hierop volgende wijziging van de canon als bedoeld in artikel 3, tweede lid, zal deze hieraan worden aangepast.
4. De eigenaar is niet aansprakelijk voor eventuele gebreken die de erfpachtzaak na de vestiging van de erfpacht blijkt te hebben en die het bureau op het moment van de vestiging daadwerkelijk niet kende of naar op het moment van de vestiging gangbare opvattingen niet hoefde te kennen.
5. Onder gebreken, bedoeld in het vierde lid, wordt mede verstaan vervuiling van bodem of water door stoffen die, mede gelet op het gebruik dat van de grond zal worden gemaakt, gevaar opleveren voor het milieu of de volksgezondheid.
6. De erfpachter kan geen vermindering, kwijtschelding of teruggave van de canon vorderen indien hij door welke omstandigheden ook geen of slechts een beperkt genot van de erfpacht heeft.
2. De vermelding in de akte van oppervlakte, belendingen, vorm, aard, bestemming of ligging van de erfpachtzaak is slechts als aanduiding bedoeld, zonder dat de erfpachtzaak hieraan behoeft te beantwoorden. De erfpachter heeft geen aanspraak op ontbinding van de erfpachtovereenkomst, vermindering van de canon of schadevergoeding indien het vermelde niet overeenkomt met de werkelijkheid.
3. Na inmeting door het kadaster van gedeeltelijke percelen of anderszins, treden de uitkomsten daarvan in de plaats van de omschrijving in de akte van erfpachtuitgifte ten aanzien van hetgeen in erfpacht is verkregen. Bij de hierop volgende wijziging van de canon als bedoeld in artikel 3, tweede lid, zal deze hieraan worden aangepast.
4. De eigenaar is niet aansprakelijk voor eventuele gebreken die de erfpachtzaak na de vestiging van de erfpacht blijkt te hebben en die het bureau op het moment van de vestiging daadwerkelijk niet kende of naar op het moment van de vestiging gangbare opvattingen niet hoefde te kennen.
5. Onder gebreken, bedoeld in het vierde lid, wordt mede verstaan vervuiling van bodem of water door stoffen die, mede gelet op het gebruik dat van de grond zal worden gemaakt, gevaar opleveren voor het milieu of de volksgezondheid.
6. De erfpachter kan geen vermindering, kwijtschelding of teruggave van de canon vorderen indien hij door welke omstandigheden ook geen of slechts een beperkt genot van de erfpacht heeft.