BWBR0003558
Geldig vanaf 1983-01-01
Artikel 12
Regeling uitgiftevoorwaarden grondbankstelsel
1. Indien de overdracht van de erfpacht, in overeenstemming met het bepaalde in artikel 10plaatsvindt aan een bedrijfsopvolger, die een kind, behuwd-, pleeg- of kleinkind van de erfpachter is, wordt de duur van de erfpacht op verzoek van de bedrijfsopvolger met inachtneming van het bepaalde in de volgende leden aangepast, mits ten tijde van het indienen van het verzoek:
a. de bedrijfsopvolger voldoet aan de alsdan door de eigenaar aan personen, met wie een erfpachtovereenkomst wordt aangegaan, gestelde eisen en
b. de bedrijfsoppervlakte voldoet aan de alsdan door de eigenaar gestelde eisen.
2. De duur van de erfpacht zal te rekenen vanaf het tijdstip van de aanpassing, 26 jaren bedragen.
3. Indien de bedrijfsopvolger op het tijdstip van de aanpassing de leeftijd van 39 jaren nog niet heeft bereikt, wordt in afwijking van het in het tweede lid bepaalde de duur van de erfpacht zodanig aangepast, dat deze te rekenen vanaf het tijdstip van aanpassing, gelijk zal zijn aan het aantal jaren, dat verstrijkt alvorens de erfpachter de leeftijd van 65 jaren zal hebben bereikt, met dien verstande dat bedoelde tijdsduur 40 jaren niet te boven zal gaan.
4. Indien de bedrijfsopvolger het in het eerste lid omschreven recht wenst uit te oefenen, dient hij niet later dan 12 maanden na de overdracht van de erfpacht, bij aangetekend schrijven daarvan aan de eigenaar mededeling te doen. De eigenaar stelt uiterlijk 6 maanden na ontvangst van de mededeling de bedrijfsopvolger er van in kennis of al dan niet aan de voorwaarden voor verlenging is voldaan.
a. de bedrijfsopvolger voldoet aan de alsdan door de eigenaar aan personen, met wie een erfpachtovereenkomst wordt aangegaan, gestelde eisen en
b. de bedrijfsoppervlakte voldoet aan de alsdan door de eigenaar gestelde eisen.
2. De duur van de erfpacht zal te rekenen vanaf het tijdstip van de aanpassing, 26 jaren bedragen.
3. Indien de bedrijfsopvolger op het tijdstip van de aanpassing de leeftijd van 39 jaren nog niet heeft bereikt, wordt in afwijking van het in het tweede lid bepaalde de duur van de erfpacht zodanig aangepast, dat deze te rekenen vanaf het tijdstip van aanpassing, gelijk zal zijn aan het aantal jaren, dat verstrijkt alvorens de erfpachter de leeftijd van 65 jaren zal hebben bereikt, met dien verstande dat bedoelde tijdsduur 40 jaren niet te boven zal gaan.
4. Indien de bedrijfsopvolger het in het eerste lid omschreven recht wenst uit te oefenen, dient hij niet later dan 12 maanden na de overdracht van de erfpacht, bij aangetekend schrijven daarvan aan de eigenaar mededeling te doen. De eigenaar stelt uiterlijk 6 maanden na ontvangst van de mededeling de bedrijfsopvolger er van in kennis of al dan niet aan de voorwaarden voor verlenging is voldaan.