BWBR0003558
Geldig vanaf 1983-01-01
Artikel 11
Regeling uitgiftevoorwaarden grondbankstelsel
1. Indien de erfpachter overlijdt of de huwelijksgemeenschap waarvan de erfpacht deel uitmaakt bij zijn leven wordt ontbonden, zijn diens rechtsverkrijgenden verplicht daarvan binnen 3 maanden schriftelijk mededeling te doen aan de eigenaar. Tevens dienen zij mede te delen op wie de erfpacht onder algemene titel is overgegaan.
2. Binnen een jaar na het overlijden of de ontbinding van de huwelijksgemeenschap als bedoeld in het eerste lid, dienen de rechtverkrijgenden onder algemene titel zich ter verkrijging van de toestemming als bedoeld in artikel 10, eerste lid, tot de eigenaar te wenden.
3. Zonder schriftelijke toestemming van de eigenaar is het verboden in één van de in het eerste lid bedoelde gevallen de erfpacht gedurende langer dan 3 jaren in onverdeeldheid te bezitten. Van opheffing van een onverdeeldheid moet mededeling worden gedaan aan de eigenaar door toezending van de terzake opgemaakte akte.
2. Binnen een jaar na het overlijden of de ontbinding van de huwelijksgemeenschap als bedoeld in het eerste lid, dienen de rechtverkrijgenden onder algemene titel zich ter verkrijging van de toestemming als bedoeld in artikel 10, eerste lid, tot de eigenaar te wenden.
3. Zonder schriftelijke toestemming van de eigenaar is het verboden in één van de in het eerste lid bedoelde gevallen de erfpacht gedurende langer dan 3 jaren in onverdeeldheid te bezitten. Van opheffing van een onverdeeldheid moet mededeling worden gedaan aan de eigenaar door toezending van de terzake opgemaakte akte.