BWBR0003558
Geldig vanaf 1983-01-01
Artikel 25
Regeling uitgiftevoorwaarden grondbankstelsel
1. Met inachtneming van het in het derde lid bepaalde kan elk der erfpachters één kind, dan wel behuwd-, pleeg- of kleinkind, aanwijzen.
2. Na het einde van de erfpacht stelt de eigenaar ingevolge het eerste lid aangewezen persoon onderscheidenlijk personen bij voorkeur in de gelegenheid een nieuwe erfpachtovereenkomst te sluiten onderscheidenlijk gezamenlijk te sluiten onder de voorwaarden, die alsdan bij uitgifte in erfpacht worden gesteld.
3. Een verzoek tot het sluiten van een nieuwe overeenkomst dient niet eerder dan 3 jaren, doch niet later dan 18 maanden vóór het einde van de erfpacht bij aangetekend schrijven te worden ingediend. De eigenaar beslist uiterlijk 6 maanden na indiening van het verzoek.
2. Na het einde van de erfpacht stelt de eigenaar ingevolge het eerste lid aangewezen persoon onderscheidenlijk personen bij voorkeur in de gelegenheid een nieuwe erfpachtovereenkomst te sluiten onderscheidenlijk gezamenlijk te sluiten onder de voorwaarden, die alsdan bij uitgifte in erfpacht worden gesteld.
3. Een verzoek tot het sluiten van een nieuwe overeenkomst dient niet eerder dan 3 jaren, doch niet later dan 18 maanden vóór het einde van de erfpacht bij aangetekend schrijven te worden ingediend. De eigenaar beslist uiterlijk 6 maanden na indiening van het verzoek.