BWBR0003558
Geldig vanaf 1983-01-01
Artikel 22
Regeling uitgiftevoorwaarden grondbankstelsel
1. De erfpacht wordt gevestigd voor 26 jaren.
2. Indien de oudste van de erfpachters op het tijdstip van het indienen van de in artikel 20 van de Beschikking grondbankstelselbedoelde aanvrage de leeftijd van 39 jaren nog niet heeft bereikt, wordt in afwijking van het in het eerste lid bepaalde de erfpacht gevestigd voor een tijdsduur gelijk aan het aantal jaren dat verstrijkt alvorens die erfpachter de leeftijd van 65 jaren zal hebben bereikt, met dien verstande dat deze tijdsduur 40 jaren met te boven zal gaan.
3. Na overdracht of toedeling van de erfpacht op de zaak of een gedeelte ervan of van een aandeel in de erfpacht zijn de verkrijger en zijn rechtsvoorganger hoofdelijk verbonden voor de door laatstgenoemde verschuldigde canon die in de voorafgaande 5 jaren opeisbaar is geworden.
2. Indien de oudste van de erfpachters op het tijdstip van het indienen van de in artikel 20 van de Beschikking grondbankstelselbedoelde aanvrage de leeftijd van 39 jaren nog niet heeft bereikt, wordt in afwijking van het in het eerste lid bepaalde de erfpacht gevestigd voor een tijdsduur gelijk aan het aantal jaren dat verstrijkt alvorens die erfpachter de leeftijd van 65 jaren zal hebben bereikt, met dien verstande dat deze tijdsduur 40 jaren met te boven zal gaan.
3. Na overdracht of toedeling van de erfpacht op de zaak of een gedeelte ervan of van een aandeel in de erfpacht zijn de verkrijger en zijn rechtsvoorganger hoofdelijk verbonden voor de door laatstgenoemde verschuldigde canon die in de voorafgaande 5 jaren opeisbaar is geworden.