BWBR0003558
Geldig vanaf 1983-01-01
Artikel 2
Regeling uitgiftevoorwaarden grondbankstelsel
1. De erfpacht wordt gevestigd voor 26 jaren.
2. Indien de erfpachter op het tijdstip van het indienen van de in artikel 20 van de Beschikking grondbankstelselbedoelde aanvrage, de leeftijd van 39 jaren nog niet heeft bereikt, wordt behoudens indien artikel 15, tweede lid van de Beschikking grondbankstelselis toegepast, in afwijking van het eerste lid, de erfpacht gevestigd voor een tijdsduur gelijk aan het aantal jaren, dat verstrijkt alvorens de erfpachter de leeftijd van 65 jaren zal hebben bereikt, met dien verstande dat deze tijdsduur de 40 jaren niet te boven zal gaan.
3. Indien de erfpachtovereenkomst onder toepassing van artikel 15, tweede lid, van de Beschikking grondbankstelselis aangegaan, wordt nadat de erfpachter tijdens de duur van de erfpacht ten genoegen van de eigenaar heeft aangetoond dat zijn bedrijf voldoet aan de in artikel 15, eerste lid, van die beschikking gestelde eisen, op verzoek van de erfpachter de duur van de erfpacht nader overeengekomen op de wijze als in het tweede lid bepaald.
2. Indien de erfpachter op het tijdstip van het indienen van de in artikel 20 van de Beschikking grondbankstelselbedoelde aanvrage, de leeftijd van 39 jaren nog niet heeft bereikt, wordt behoudens indien artikel 15, tweede lid van de Beschikking grondbankstelselis toegepast, in afwijking van het eerste lid, de erfpacht gevestigd voor een tijdsduur gelijk aan het aantal jaren, dat verstrijkt alvorens de erfpachter de leeftijd van 65 jaren zal hebben bereikt, met dien verstande dat deze tijdsduur de 40 jaren niet te boven zal gaan.
3. Indien de erfpachtovereenkomst onder toepassing van artikel 15, tweede lid, van de Beschikking grondbankstelselis aangegaan, wordt nadat de erfpachter tijdens de duur van de erfpacht ten genoegen van de eigenaar heeft aangetoond dat zijn bedrijf voldoet aan de in artikel 15, eerste lid, van die beschikking gestelde eisen, op verzoek van de erfpachter de duur van de erfpacht nader overeengekomen op de wijze als in het tweede lid bepaald.