BWBR0003454
Geldig vanaf 1982-05-01
Artikel 9
Metroreglement
1. De normale wijdte van het spoor, gemeten tussen de binnenzijden van de spoorstaafkoppen, bedraagt 1435 mm. De wijdte mag niet minder zijn dan 1430 mm en - in bogen met inbegrip van spoorverwijding - niet meer zijn dan 1470 mm.
2. De bovenbouw, de aardebaan en de kunstwerken zijn zodanig uitgevoerd, dat zij met de ter plaatse toegelaten snelheid veilig kunnen worden bereden door voertuigen met een asbelasting van 12 t of een gewicht van 2 t per strekkende meter; hierbij is de ongunstige belasting bepalend. De directie kan hogere waarden voorschrijven, de Minister kan lagere waarden toestaan.
3. De spoorweg is zodanig ingericht, dat de reizigers zo nodig een trein kunnen verlaten en het dichtstbijzijnde station, een nooduitgang of een plaats die bereikbaar is vanaf de voor het openbaar verkeer openstaande weg kunnen bereiken.
4. Langs de spoorweg zijn aanduidingen aanwezig die de afstand tot een beginstation in kilometers en hectometers aangeven; in bijzondere gevallen kan een ander beginpunt worden aangenomen.
2. De bovenbouw, de aardebaan en de kunstwerken zijn zodanig uitgevoerd, dat zij met de ter plaatse toegelaten snelheid veilig kunnen worden bereden door voertuigen met een asbelasting van 12 t of een gewicht van 2 t per strekkende meter; hierbij is de ongunstige belasting bepalend. De directie kan hogere waarden voorschrijven, de Minister kan lagere waarden toestaan.
3. De spoorweg is zodanig ingericht, dat de reizigers zo nodig een trein kunnen verlaten en het dichtstbijzijnde station, een nooduitgang of een plaats die bereikbaar is vanaf de voor het openbaar verkeer openstaande weg kunnen bereiken.
4. Langs de spoorweg zijn aanduidingen aanwezig die de afstand tot een beginstation in kilometers en hectometers aangeven; in bijzondere gevallen kan een ander beginpunt worden aangenomen.