BWBR0003454
Geldig vanaf 1982-05-01
Artikel 66
Metroreglement
1. Onder een ongeval wordt verstaan een voorval op de spoorweg, waarbij dood of verwonding anders dan van lichte aard, van één of meer personen of aanzienlijke materiële schade is ontstaan.
2. Door de directie wordt onmiddellijk kennis gegeven:
a. van ernstige botsingen en ernstige ontsporingen van één of meer treinen telefonisch aan één der ambtenaren, belast met het toezicht, en aan de politie, per telex aan de Minister en de ambtenaren, belast met het toezicht, alsmede schriftelijk aan bedoelde ambtenaren;
b. van overige ongevallen per telex en schriftelijk aan de ambtenaren belast met het toezicht, en van ongevallen met doden of gewonden bovendien aan de politie;
c. van niet onder a of b begrepen voorvallen die de veiligheid van het verkeer of van personen in gevaar hebben gebracht of waarvoor de regelmatigheid van het spoorwegverkeer ernstig is gestoord schriftelijk aan de ambtenaren belast met het toezicht.
3. De directie bepaalt naar welke van de in het tweede lid bedoelde voorvallen een onderzoek wordt ingesteld en op welke wijze het onderzoek wordt gehouden.
4. Van elk door de directie in te stellen onderzoek betreffende ongevallen en voorvallen waarbij de veiligheid van het verkeer of van personen in ernstige mate in gevaar is gebracht, wordt tijdig kennis gegeven aan een der ambtenaren, belast met het toezicht. Die ambtenaren kunnen het onderzoek bijwonen. De directie doet een verslag van het onderzoek aan de ambtenaren, belast met het toezicht, alsmede aan de Minister toekomen.
2. Door de directie wordt onmiddellijk kennis gegeven:
a. van ernstige botsingen en ernstige ontsporingen van één of meer treinen telefonisch aan één der ambtenaren, belast met het toezicht, en aan de politie, per telex aan de Minister en de ambtenaren, belast met het toezicht, alsmede schriftelijk aan bedoelde ambtenaren;
b. van overige ongevallen per telex en schriftelijk aan de ambtenaren belast met het toezicht, en van ongevallen met doden of gewonden bovendien aan de politie;
c. van niet onder a of b begrepen voorvallen die de veiligheid van het verkeer of van personen in gevaar hebben gebracht of waarvoor de regelmatigheid van het spoorwegverkeer ernstig is gestoord schriftelijk aan de ambtenaren belast met het toezicht.
3. De directie bepaalt naar welke van de in het tweede lid bedoelde voorvallen een onderzoek wordt ingesteld en op welke wijze het onderzoek wordt gehouden.
4. Van elk door de directie in te stellen onderzoek betreffende ongevallen en voorvallen waarbij de veiligheid van het verkeer of van personen in ernstige mate in gevaar is gebracht, wordt tijdig kennis gegeven aan een der ambtenaren, belast met het toezicht. Die ambtenaren kunnen het onderzoek bijwonen. De directie doet een verslag van het onderzoek aan de ambtenaren, belast met het toezicht, alsmede aan de Minister toekomen.