BWBR0003454
Geldig vanaf 1982-05-01
Artikel 2
Metroreglement
In dit reglement wordt verstaan onder:
a. Minister: Onze Minister van Infrastructuur en Milieu;
b. ambtenaren belast met het toezicht: de ambtenaren, bedoeld in artikel 10 van de Spoorwegwet;
c. spoorweg: spoorwegdienst als bedoeld in de Spoorwegwet, al dan niet onder beheer van een publiekrechtelijk lichaam;
d. directie: bestuurders van een spoorwegdienst als bedoeld in artikel 9 van de Spoorwegwet;
e. personeel: hoofdbeambten, beambten en bedienden van een spoorweg;
f. chef van de trein: hij die het bevel over een trein voert;
g. metrobestuurder: hij die een treinstel of combinatie van treinstellen bedient;
h. machinist: hij die een locomotief bedient;
i. voertuig: elk voertuig, al dan niet geleed, ingericht om op spoorstaven te rijden;
j. bijzonder voertuig: elk voertuig dat zonder zijn lading door het begeleidend personeel met handkracht uit het spoor kan worden gebracht;
k. rollend materieel: elk voertuig, geen bijzonder voertuig zijnde;
l. krachtvoertuig: rollend materieel, voorzien van een eigen voortbewegingsinrichting;
m. locomotief: krachtvoertuig, hoofdzakelijk bestemd om andere voertuigen voort te bewegen en niet zelf ingericht voor het vervoer van personen, of een combinatie van die krachtvoertuigen die van één punt uit worden bediend;
n. treinstel: krachtvoertuig of verscheidene semi-permanent gekoppelde voertuigen waarvan ten minste één een krachtvoertuig is, hoofdzakelijk ingericht voor het vervoer van personen;
o. motorwagenstel: krachtvoertuig of verscheidene semi-permanent gekoppelde voertuigen waarvan ten minste één een krachtvoertuig is, hoofdzakelijk bestemd voor andere doeleinden dan het voortbewegen van andere voertuigen en niet hoofdzakelijk ingericht voor het vervoer van personen;
p. rijtuig: rollend materieel zonder eigen voortbewegingsinrichting, geheel of gedeeltelijk ingericht voor het vervoer van personen;
q. wagen: rollend materieel zonder eigen voortbewegingsinrichting, geen rijtuig zijnde;
r. trein: een krachtvoertuig - indien met andere voertuigen verbonden, daarmede een geheel vormende - dat zich naar of op een hoofdspoor of een door de directie aangewezen ander spoor beweegt of gaat bewegen;
s. rangeerdeel: een krachtvoertuig, rijtuig of wagen, of een aantal van deze voertuigen aaneengesloten, geen trein zijnde;
t. station: gedeelte van een spoorweg, hoofdzakelijk bestemd en ingericht om reizigers te laten in- en uitstappen, met inbegrip van de toeleidende trappen en andere toegangen;
u. hoofdspoor: een spoor dat in gewone omstandigheden door reizigerstreinen wordt bereden, alsmede een door de directie als zodanig aangewezen spoor;
v. baanvak: gedeelte van de spoorweg tussen twee met name genoemde punten;
w. periode van duisternis: het gehele etmaal in tunnelgedeelten en de tijd tussen een half uur na zonsondergang en een half uur voor zonsopgang op de overige gedeelten van de spoorweg;
x. ATB: systeem van automatische treinbeïnvloeding waarbij door middel van cabineseinen aan de metrobestuurder of machinist doorlopend de toegestane snelheid kenbaar wordt gemaakt, de werkelijke snelheid doorlopend wordt gecontroleerd en bij overschrijding van de toegestane snelheid automatisch hetzij de werkelijke snelheid ten minste wordt teruggebracht tot de toegestane waarde, hetzij de trein tot stilstand wordt gebracht;
y. ATO: systeem van automatische treinbesturing waarbij alle handelingen van de metrobestuurder of machinist met betrekking tot het rijden van de trein automatisch door de apparatuur worden verricht.
a. Minister: Onze Minister van Infrastructuur en Milieu;
b. ambtenaren belast met het toezicht: de ambtenaren, bedoeld in artikel 10 van de Spoorwegwet;
c. spoorweg: spoorwegdienst als bedoeld in de Spoorwegwet, al dan niet onder beheer van een publiekrechtelijk lichaam;
d. directie: bestuurders van een spoorwegdienst als bedoeld in artikel 9 van de Spoorwegwet;
e. personeel: hoofdbeambten, beambten en bedienden van een spoorweg;
f. chef van de trein: hij die het bevel over een trein voert;
g. metrobestuurder: hij die een treinstel of combinatie van treinstellen bedient;
h. machinist: hij die een locomotief bedient;
i. voertuig: elk voertuig, al dan niet geleed, ingericht om op spoorstaven te rijden;
j. bijzonder voertuig: elk voertuig dat zonder zijn lading door het begeleidend personeel met handkracht uit het spoor kan worden gebracht;
k. rollend materieel: elk voertuig, geen bijzonder voertuig zijnde;
l. krachtvoertuig: rollend materieel, voorzien van een eigen voortbewegingsinrichting;
m. locomotief: krachtvoertuig, hoofdzakelijk bestemd om andere voertuigen voort te bewegen en niet zelf ingericht voor het vervoer van personen, of een combinatie van die krachtvoertuigen die van één punt uit worden bediend;
n. treinstel: krachtvoertuig of verscheidene semi-permanent gekoppelde voertuigen waarvan ten minste één een krachtvoertuig is, hoofdzakelijk ingericht voor het vervoer van personen;
o. motorwagenstel: krachtvoertuig of verscheidene semi-permanent gekoppelde voertuigen waarvan ten minste één een krachtvoertuig is, hoofdzakelijk bestemd voor andere doeleinden dan het voortbewegen van andere voertuigen en niet hoofdzakelijk ingericht voor het vervoer van personen;
p. rijtuig: rollend materieel zonder eigen voortbewegingsinrichting, geheel of gedeeltelijk ingericht voor het vervoer van personen;
q. wagen: rollend materieel zonder eigen voortbewegingsinrichting, geen rijtuig zijnde;
r. trein: een krachtvoertuig - indien met andere voertuigen verbonden, daarmede een geheel vormende - dat zich naar of op een hoofdspoor of een door de directie aangewezen ander spoor beweegt of gaat bewegen;
s. rangeerdeel: een krachtvoertuig, rijtuig of wagen, of een aantal van deze voertuigen aaneengesloten, geen trein zijnde;
t. station: gedeelte van een spoorweg, hoofdzakelijk bestemd en ingericht om reizigers te laten in- en uitstappen, met inbegrip van de toeleidende trappen en andere toegangen;
u. hoofdspoor: een spoor dat in gewone omstandigheden door reizigerstreinen wordt bereden, alsmede een door de directie als zodanig aangewezen spoor;
v. baanvak: gedeelte van de spoorweg tussen twee met name genoemde punten;
w. periode van duisternis: het gehele etmaal in tunnelgedeelten en de tijd tussen een half uur na zonsondergang en een half uur voor zonsopgang op de overige gedeelten van de spoorweg;
x. ATB: systeem van automatische treinbeïnvloeding waarbij door middel van cabineseinen aan de metrobestuurder of machinist doorlopend de toegestane snelheid kenbaar wordt gemaakt, de werkelijke snelheid doorlopend wordt gecontroleerd en bij overschrijding van de toegestane snelheid automatisch hetzij de werkelijke snelheid ten minste wordt teruggebracht tot de toegestane waarde, hetzij de trein tot stilstand wordt gebracht;
y. ATO: systeem van automatische treinbesturing waarbij alle handelingen van de metrobestuurder of machinist met betrekking tot het rijden van de trein automatisch door de apparatuur worden verricht.