BWBR0003454
Geldig vanaf 1982-05-01
Artikel 21
Metroreglement
1. Door een bedienbaar vast sein dat "stop" kan tonen zijn beveiligd:
a. wissels in hoofdsporen;
b. kruisingen op gelijke hoogte van hoofdsporen of van een hoofdspoor met een ander spoor.
2. Het in het eerste lid bedoelde sein kan achterwege blijven als een systeem van ATB of ATO het berijden van het wissel of de kruising slechts toelaat wanneer dit veilig kan geschieden. De plaats waar de trein of het rangeerdeel moet stoppen als het wissel of de kruising niet veilig kan worden bereden, is dan door een vast sein aangeduid, behoudens door de Minister te verlenen ontheffing.
3. Aansluitingen van een hoofd- en lokaalspoorweg of tramweg aan een hoofdspoor van een stadsspoorweg zijn beveiligd door een daarvoor geplaatst bedienbaar vast sein dat "stop" kan tonen.
4. De Minister bepaalt, in voorkomend geval in afwijking van <a href="/wet/BWBR0001898/artikel/12" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 12 van het Tramwegreglement</a>, op welke wijze de beveiliging geschiedt van een kruising op gelijke hoogte van een stadsspoorweg met een voor openbaar vervoer opengestelde andere spoorweg. De directie bepaalt dit ten aanzien van een kruising op gelijke hoogte met een niet voor openbaar vervoer opengestelde spoorweg.
a. wissels in hoofdsporen;
b. kruisingen op gelijke hoogte van hoofdsporen of van een hoofdspoor met een ander spoor.
2. Het in het eerste lid bedoelde sein kan achterwege blijven als een systeem van ATB of ATO het berijden van het wissel of de kruising slechts toelaat wanneer dit veilig kan geschieden. De plaats waar de trein of het rangeerdeel moet stoppen als het wissel of de kruising niet veilig kan worden bereden, is dan door een vast sein aangeduid, behoudens door de Minister te verlenen ontheffing.
3. Aansluitingen van een hoofd- en lokaalspoorweg of tramweg aan een hoofdspoor van een stadsspoorweg zijn beveiligd door een daarvoor geplaatst bedienbaar vast sein dat "stop" kan tonen.
4. De Minister bepaalt, in voorkomend geval in afwijking van <a href="/wet/BWBR0001898/artikel/12" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 12 van het Tramwegreglement</a>, op welke wijze de beveiliging geschiedt van een kruising op gelijke hoogte van een stadsspoorweg met een voor openbaar vervoer opengestelde andere spoorweg. De directie bepaalt dit ten aanzien van een kruising op gelijke hoogte met een niet voor openbaar vervoer opengestelde spoorweg.