BWBR0022817
Geldig vanaf 2009-08-15
Artikel 67
Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007
1. Bij het door middel van berekening vaststellen van concentraties van verontreinigende stoffen in de buitenlucht maken bestuursorganen gebruik van de gegevens, bedoeld in artikel 66, alsmede van de ten tijde van de berekening meest recente versie van de methode PreSRM om gegevens als bedoeld in artikel 66, onder a, b, e, f, g en h, geschikt te maken voor gebruik in berekeningen overeenkomstig standaardrekenmethode 2 als bedoeld in artikel 71of standaardrekenmethode 3 als bedoeld in artikel 75.
2. In afwijking van het eerste lid kunnen bestuursorganen andere gegevens gebruiken dan de gegevens bedoeld in artikel 66, onder a of b, indien die andere gegevens zijn goedgekeurd door de Minister. De goedkeuring wordt in elk geval onthouden indien:
a. de totstandkoming van die andere gegevens niet overeenkomstig deze regeling heeft plaatsgevonden;
b. die andere gegevens niet de grootschalige concentratiegegevens en de prognoses daarvan in een bepaald gebied omvatten die kwalitatief gelijkwaardig zijn aan de gegevens, bedoeld in artikel 66, onder a of b, of
c. de wijze van totstandkoming of het gebruik van de gegevens niet op een deugdelijke wijze is toegelicht of gemotiveerd.
3. In afwijking van het eerste lid kunnen bestuursorganen andere gegevens gebruiken dan de gegevens bedoeld in artikel 66, onder i, indien die andere gegevens zijn goedgekeurd door de Minister. De goedkeuring wordt in elk geval onthouden indien:
a. de gegevens uitgaan van een huisvestingssysteem of additionele techniek met een emissiereductie van zwevende deeltjes (PM10) van minder dan 10%;
b. niet gewaarborgd is dat op iedere locatie waar het huisvestingssysteem of de additionele techniek toegepast wordt metingen zullen worden verricht naar de emissie van zwevende deeltjes van het huisvestingsysteem of de additionele techniek en dat de resultaten van die metingen zullen worden gerapporteerd aan het bestuursorgaan dat gebruik maakt van de gegevens, of
c. de te bereiken reductie of de wijze van meten niet op een deugdelijke wijze is toegelicht of onderbouwd.
4. Het bestuursorgaan dat gebruik maakt van gegevens van op grond van het derde lid goedgekeurde gegevens verstrekt de resultaten van de metingen uiterlijk twee jaar na ingebruikname van het huisvestingssysteem of de additionele techniek aan de Minister.
2. In afwijking van het eerste lid kunnen bestuursorganen andere gegevens gebruiken dan de gegevens bedoeld in artikel 66, onder a of b, indien die andere gegevens zijn goedgekeurd door de Minister. De goedkeuring wordt in elk geval onthouden indien:
a. de totstandkoming van die andere gegevens niet overeenkomstig deze regeling heeft plaatsgevonden;
b. die andere gegevens niet de grootschalige concentratiegegevens en de prognoses daarvan in een bepaald gebied omvatten die kwalitatief gelijkwaardig zijn aan de gegevens, bedoeld in artikel 66, onder a of b, of
c. de wijze van totstandkoming of het gebruik van de gegevens niet op een deugdelijke wijze is toegelicht of gemotiveerd.
3. In afwijking van het eerste lid kunnen bestuursorganen andere gegevens gebruiken dan de gegevens bedoeld in artikel 66, onder i, indien die andere gegevens zijn goedgekeurd door de Minister. De goedkeuring wordt in elk geval onthouden indien:
a. de gegevens uitgaan van een huisvestingssysteem of additionele techniek met een emissiereductie van zwevende deeltjes (PM10) van minder dan 10%;
b. niet gewaarborgd is dat op iedere locatie waar het huisvestingssysteem of de additionele techniek toegepast wordt metingen zullen worden verricht naar de emissie van zwevende deeltjes van het huisvestingsysteem of de additionele techniek en dat de resultaten van die metingen zullen worden gerapporteerd aan het bestuursorgaan dat gebruik maakt van de gegevens, of
c. de te bereiken reductie of de wijze van meten niet op een deugdelijke wijze is toegelicht of onderbouwd.
4. Het bestuursorgaan dat gebruik maakt van gegevens van op grond van het derde lid goedgekeurde gegevens verstrekt de resultaten van de metingen uiterlijk twee jaar na ingebruikname van het huisvestingssysteem of de additionele techniek aan de Minister.