BWBR0022817
Geldig vanaf 2009-08-15
Artikel 33
Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007
1. Voor de meting van concentraties van stikstofdioxide en stikstofoxiden in de buitenlucht wordt gebruik gemaakt van:
a. de methode beschreven in EN 14211:2012 ‘Ambient air – Standard method for the measurement of the concentration of nitrogen dioxide and nitrogen monoxide by chemiluminescence’, of
b. een andere methode met behulp waarvan resultaten kunnen worden verkregen die gelijkwaardig zijn aan de resultaten, verkregen met gebruikmaking van de onder a genoemde methode.
2. De relatieve meetonzekerheid, bij 95 procent betrouwbaarheid van de onder operationele condities verkregen meetwaarden, voor stikstofdioxide is kleiner dan of gelijk aan 15 procent voor een uurgemiddelde waarde van 200 microgram per kubieke meter alsmede voor een jaargemiddelde waarde van 40 microgram per kubieke meter.
3. De relatieve meetonzekerheid bij 95 procent betrouwbaarheid van de onder operationele condities verkregen meetwaarden voor stikstofoxiden is kleiner dan, of gelijk aan 15 procent voor een jaargemiddelde waarde van 30 microgram per kubieke meter.
4. Voor het bepalen van de relatieve meetonzekerheid, bedoeld in het tweede en derde lid, wordt gebruik gemaakt van de methode, genoemd in het eerste lid, onder a.
a. de methode beschreven in EN 14211:2012 ‘Ambient air – Standard method for the measurement of the concentration of nitrogen dioxide and nitrogen monoxide by chemiluminescence’, of
b. een andere methode met behulp waarvan resultaten kunnen worden verkregen die gelijkwaardig zijn aan de resultaten, verkregen met gebruikmaking van de onder a genoemde methode.
2. De relatieve meetonzekerheid, bij 95 procent betrouwbaarheid van de onder operationele condities verkregen meetwaarden, voor stikstofdioxide is kleiner dan of gelijk aan 15 procent voor een uurgemiddelde waarde van 200 microgram per kubieke meter alsmede voor een jaargemiddelde waarde van 40 microgram per kubieke meter.
3. De relatieve meetonzekerheid bij 95 procent betrouwbaarheid van de onder operationele condities verkregen meetwaarden voor stikstofoxiden is kleiner dan, of gelijk aan 15 procent voor een jaargemiddelde waarde van 30 microgram per kubieke meter.
4. Voor het bepalen van de relatieve meetonzekerheid, bedoeld in het tweede en derde lid, wordt gebruik gemaakt van de methode, genoemd in het eerste lid, onder a.