BWBR0022817
Geldig vanaf 2009-08-15
Artikel 46
Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007
1. Voor de meting van concentraties van benzeen in de buitenlucht wordt gebruik gemaakt van:
a. de methode beschreven in EN 14662:2005 (deel 1, 2 en 3) ‘Ambient air quality – Standard method for measurement of benzene concentrations’, of
b. een andere methode met behulp waarvan resultaten kunnen worden verkregen die gelijkwaardig zijn aan de resultaten, verkregen met gebruikmaking van de onder a genoemde methode.
2. De relatieve meetonzekerheid, bij 95 procent betrouwbaarheid van de onder operationele condities verkregen meetwaarden, voor benzeen is kleiner dan of gelijk aan 25 procent voor een vierentwintig-uurgemiddelde waarde van 5 microgram per kubieke meter.
3. Voor het bepalen van de relatieve meetonzekerheid, bedoeld in het tweede lid, wordt gebruik gemaakt van de methode, genoemd in het eerste lid, onder a.
4. Het eerste lid is met ingang van 11 juni 2013 van toepassing op apparatuur die niet met het oog op toepassing van de EG-richtlijn luchtkwaliteit is aangekocht.
a. de methode beschreven in EN 14662:2005 (deel 1, 2 en 3) ‘Ambient air quality – Standard method for measurement of benzene concentrations’, of
b. een andere methode met behulp waarvan resultaten kunnen worden verkregen die gelijkwaardig zijn aan de resultaten, verkregen met gebruikmaking van de onder a genoemde methode.
2. De relatieve meetonzekerheid, bij 95 procent betrouwbaarheid van de onder operationele condities verkregen meetwaarden, voor benzeen is kleiner dan of gelijk aan 25 procent voor een vierentwintig-uurgemiddelde waarde van 5 microgram per kubieke meter.
3. Voor het bepalen van de relatieve meetonzekerheid, bedoeld in het tweede lid, wordt gebruik gemaakt van de methode, genoemd in het eerste lid, onder a.
4. Het eerste lid is met ingang van 11 juni 2013 van toepassing op apparatuur die niet met het oog op toepassing van de EG-richtlijn luchtkwaliteit is aangekocht.