BWBR0022817
Geldig vanaf 2009-08-15
Artikel 2b
Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007
1. Bij het verrichten van metingen van concentraties van stoffen in de buitenlucht overeenkomstig deze regeling wordt gebruik gemaakt van apparatuur die behoort tot:
a. een type apparatuur dat voldoet aan de prestatievereisten die zijn opgenomen in de methoden die voor het verrichten van zodanige metingen in deze regeling zijn voorgeschreven en dat is goedgekeurd door een in Nederland of in een andere lidstaat gevestigd laboratorium dat overeenkomstig de toepasselijke geharmoniseerde norm is geaccrediteerd voor het verrichten van testen van apparatuur voor het verrichten van metingen van concentraties van stoffen in de buitenlucht ter uitvoering van metingen overeenkomstig richtlijn 2004/107/EG of richtlijn 2008/50/EG; of
b. een ander type apparatuur dan in het eerste lid bedoeld, dat is goedgekeurd door een laboratorium als bedoeld in onderdeel a, op voorwaarde dat ten genoegen van de Minister is aangetoond dat de uitkomsten van metingen die met gebruikmaking van die apparatuur zijn verkregen, gelijkwaardig zijn aan de resultaten die worden verkregen met de in het eerste lid bedoelde apparatuur, waarbij tevens rekening wordt gehouden met milieu- of plaatselijke omstandigheden die specifiek zijn voor Nederland en die niet overeenstemmen met de omstandigheden waarvoor het desbetreffende type apparatuur ten behoeve van de goedkeuring is getest.
2. Ter uitvoering van deze regeling wordt alleen gebruik gemaakt van de uitkomsten van metingen die overeenkomstig deze regeling zijn verricht met gebruikmaking van de in het eerste lid voorgeschreven apparatuur.
a. een type apparatuur dat voldoet aan de prestatievereisten die zijn opgenomen in de methoden die voor het verrichten van zodanige metingen in deze regeling zijn voorgeschreven en dat is goedgekeurd door een in Nederland of in een andere lidstaat gevestigd laboratorium dat overeenkomstig de toepasselijke geharmoniseerde norm is geaccrediteerd voor het verrichten van testen van apparatuur voor het verrichten van metingen van concentraties van stoffen in de buitenlucht ter uitvoering van metingen overeenkomstig richtlijn 2004/107/EG of richtlijn 2008/50/EG; of
b. een ander type apparatuur dan in het eerste lid bedoeld, dat is goedgekeurd door een laboratorium als bedoeld in onderdeel a, op voorwaarde dat ten genoegen van de Minister is aangetoond dat de uitkomsten van metingen die met gebruikmaking van die apparatuur zijn verkregen, gelijkwaardig zijn aan de resultaten die worden verkregen met de in het eerste lid bedoelde apparatuur, waarbij tevens rekening wordt gehouden met milieu- of plaatselijke omstandigheden die specifiek zijn voor Nederland en die niet overeenstemmen met de omstandigheden waarvoor het desbetreffende type apparatuur ten behoeve van de goedkeuring is getest.
2. Ter uitvoering van deze regeling wordt alleen gebruik gemaakt van de uitkomsten van metingen die overeenkomstig deze regeling zijn verricht met gebruikmaking van de in het eerste lid voorgeschreven apparatuur.