BWBR0022817
Geldig vanaf 2009-08-15
Artikel 61
Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007
1. Voor de monsterneming en voor de meting van concentraties van andere polycyclische aromatische koolwaterstoffen dan benzo(a)pyreen in de buitenlucht wordt gebruik gemaakt van:
a. de methode beschreven in EN 12341:2014 ‘Ambient air – Standard gravimetric measurement method for the determination of the PM10 or PM2,5 mass concentration of suspended particulate matter', of
b. een andere methode met behulp waarvan resultaten kunnen worden verkregen die gelijkwaardig zijn aan de resultaten, verkregen met gebruikmaking van de onder a genoemde methode.
2. Voor de analyse van monsters van andere polycyclische aromatische koolwaterstoffen dan benzo(a)pyreen wordt gebruik gemaakt van:
a. de methode beschreven in ISO 12884:2000 ‘Ambient air – Determination of total (gas and particle-phase) polycyclic aromatic hydrocarbons – Collection on sorbent-backed filters with gas chromatographic/mass spectrometric analyses', of
b. een andere methode met behulp waarvan resultaten kunnen worden verkregen die gelijkwaardig zijn aan de resultaten, verkregen met gebruikmaking van de onder a genoemde methode.
3. In plaats van de methode die in het tweede lid is aangewezen, mag ook gebruik worden gemaakt van een methode waarvan de Minister vooraf heeft bevestigd dat is aangetoond dat deze gelijkwaardige resultaten oplevert als ISO 12884: 2000.
4. De relatieve meetonzekerheid, bij 95 procent betrouwbaarheid van de onder operationele condities verkregen meetwaarden, voor andere polycyclische aromatische koolwaterstoffen dan benzo(a)pyreen is kleiner dan of gelijk aan 50 procent.
5. Voor het bepalen van de relatieve meetonzekerheid, bedoeld in het derde lid, wordt gebruik gemaakt van de methode, genoemd in het eerste lid, onder a.
a. de methode beschreven in EN 12341:2014 ‘Ambient air – Standard gravimetric measurement method for the determination of the PM10 or PM2,5 mass concentration of suspended particulate matter', of
b. een andere methode met behulp waarvan resultaten kunnen worden verkregen die gelijkwaardig zijn aan de resultaten, verkregen met gebruikmaking van de onder a genoemde methode.
2. Voor de analyse van monsters van andere polycyclische aromatische koolwaterstoffen dan benzo(a)pyreen wordt gebruik gemaakt van:
a. de methode beschreven in ISO 12884:2000 ‘Ambient air – Determination of total (gas and particle-phase) polycyclic aromatic hydrocarbons – Collection on sorbent-backed filters with gas chromatographic/mass spectrometric analyses', of
b. een andere methode met behulp waarvan resultaten kunnen worden verkregen die gelijkwaardig zijn aan de resultaten, verkregen met gebruikmaking van de onder a genoemde methode.
3. In plaats van de methode die in het tweede lid is aangewezen, mag ook gebruik worden gemaakt van een methode waarvan de Minister vooraf heeft bevestigd dat is aangetoond dat deze gelijkwaardige resultaten oplevert als ISO 12884: 2000.
4. De relatieve meetonzekerheid, bij 95 procent betrouwbaarheid van de onder operationele condities verkregen meetwaarden, voor andere polycyclische aromatische koolwaterstoffen dan benzo(a)pyreen is kleiner dan of gelijk aan 50 procent.
5. Voor het bepalen van de relatieve meetonzekerheid, bedoeld in het derde lid, wordt gebruik gemaakt van de methode, genoemd in het eerste lid, onder a.