BWBR0022817
Geldig vanaf 2009-08-15
Artikel 35
Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007
1. Per meetpunt voor de meting van concentraties van zwevende deeltjes (PM 10) in de buitenlucht worden vierentwintig-uurgemiddelde concentraties bepaald.
2. Indien per etmaal minder dan achttien uur bemonsterd is, wordt geen vierentwintig-uurgemiddelde concentratie bepaald, tenzij op grond van de over dat etmaal beschikbare meetwaarden overschrijding van de in bijlage 2, voorschrift 4.1, onder b, of voorschrift 4.2, onder b, van de wetgenoemde vierentwintig-uurgemiddelde concentraties kan worden aangetoond.
3. Het aantal gevalideerde vierentwintig-uurgemiddelde concentraties per kalenderjaar bedraagt ten minste 90 procent.
4. Indien minder dan 90 procent gevalideerde vierentwintig-uurgemiddelde concentraties beschikbaar zijn wordt op grond van de beschikbare vierentwintig-uurgemiddelde concentraties bepaald of de in bijlage 2, voorschrift 4.1 of voorschrift 4.2, van de wetgenoemde waarden zijn overschreden.
5. Vierentwintig-uurgemiddelde concentraties waarvan aannemelijk is dat de afwijking ten opzichte van de werkelijke concentratie groter is dan bepaald in artikel 36, tweede en derde lid, worden niet gebruikt.
6. Voor de toepassing van artikel 5.19, vierde lid, van de wet, wordt ten aanzien van zeezout gebruik gemaakt van de procedure zoals beschreven in bijlage 5.
2. Indien per etmaal minder dan achttien uur bemonsterd is, wordt geen vierentwintig-uurgemiddelde concentratie bepaald, tenzij op grond van de over dat etmaal beschikbare meetwaarden overschrijding van de in bijlage 2, voorschrift 4.1, onder b, of voorschrift 4.2, onder b, van de wetgenoemde vierentwintig-uurgemiddelde concentraties kan worden aangetoond.
3. Het aantal gevalideerde vierentwintig-uurgemiddelde concentraties per kalenderjaar bedraagt ten minste 90 procent.
4. Indien minder dan 90 procent gevalideerde vierentwintig-uurgemiddelde concentraties beschikbaar zijn wordt op grond van de beschikbare vierentwintig-uurgemiddelde concentraties bepaald of de in bijlage 2, voorschrift 4.1 of voorschrift 4.2, van de wetgenoemde waarden zijn overschreden.
5. Vierentwintig-uurgemiddelde concentraties waarvan aannemelijk is dat de afwijking ten opzichte van de werkelijke concentratie groter is dan bepaald in artikel 36, tweede en derde lid, worden niet gebruikt.
6. Voor de toepassing van artikel 5.19, vierde lid, van de wet, wordt ten aanzien van zeezout gebruik gemaakt van de procedure zoals beschreven in bijlage 5.