BWBR0022817
Geldig vanaf 2009-08-15
Artikel 16
Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007
De zone noord bevat voor de meting van de concentratie van verontreinigende stoffen in de buitenlucht ten minste:
a. één vast meetpunt voor zwaveldioxide;
b. twee vaste meetpunten voor stikstofdioxide, waarvan er één tevens als meetpunt voor stikstofoxiden wordt gebruikt;
c. zeven vaste meetpunten voor zwevende deeltjes (PM10);
d. vier vaste meetpunten voor zwevende deeltjes (PM2,5);
e. één vast meetpunt voor lood, en
f. zes vaste meetpunten voor ozon, waarvan er één in het gebied wordt geplaatst waar de bevolking vermoedelijk aan de hoogste concentraties wordt blootgesteld en drie tevens als meetpunt voor stikstofdioxide worden gebruikt.
a. één vast meetpunt voor zwaveldioxide;
b. twee vaste meetpunten voor stikstofdioxide, waarvan er één tevens als meetpunt voor stikstofoxiden wordt gebruikt;
c. zeven vaste meetpunten voor zwevende deeltjes (PM10);
d. vier vaste meetpunten voor zwevende deeltjes (PM2,5);
e. één vast meetpunt voor lood, en
f. zes vaste meetpunten voor ozon, waarvan er één in het gebied wordt geplaatst waar de bevolking vermoedelijk aan de hoogste concentraties wordt blootgesteld en drie tevens als meetpunt voor stikstofdioxide worden gebruikt.