BWBR0022817
Geldig vanaf 2009-08-15
Artikel 49
Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007
1. Voor de meting van concentraties van ozon in de buitenlucht wordt gebruik gemaakt van:
a. de methode beschreven in EN 14625:2012 ‘Ambient air – Standard method for the measurement of the concentration of ozone by ultraviolet photometry’, of
b. een andere methode met behulp waarvan resultaten kunnen worden verkregen die gelijkwaardig zijn aan de resultaten, verkregen met gebruikmaking van de onder a genoemde methode.
2. De relatieve meetonzekerheid, bij 95 procent betrouwbaarheid van de onder operationele condities verkregen meetwaarden, voor ozon is kleiner dan of gelijk aan 15 procent voor een acht-uurgemiddelde waarde van 120 microgram per kubieke meter.
3. Voor het bepalen van de relatieve meetonzekerheid als bedoeld in het tweede lid, wordt gebruik gemaakt van de methode genoemd in het eerste lid, onder a.
a. de methode beschreven in EN 14625:2012 ‘Ambient air – Standard method for the measurement of the concentration of ozone by ultraviolet photometry’, of
b. een andere methode met behulp waarvan resultaten kunnen worden verkregen die gelijkwaardig zijn aan de resultaten, verkregen met gebruikmaking van de onder a genoemde methode.
2. De relatieve meetonzekerheid, bij 95 procent betrouwbaarheid van de onder operationele condities verkregen meetwaarden, voor ozon is kleiner dan of gelijk aan 15 procent voor een acht-uurgemiddelde waarde van 120 microgram per kubieke meter.
3. Voor het bepalen van de relatieve meetonzekerheid als bedoeld in het tweede lid, wordt gebruik gemaakt van de methode genoemd in het eerste lid, onder a.