BWBR0020700
Geldig vanaf 31-12-2011
Artikel 3:6
Regeling solvabiliteitseisen marktrisico Wft 2011
1. Met betrekking tot kredietderivaten wordt, tenzij in deze Regeling anders wordt bepaald, voor de berekening van het solvabiliteitsvereiste ter dekking van het algemene positierisico van de protectieverkoper, de notionele waarde van het kredietderivatencontract gebruikt. In afwijking van het bepaalde in de eerste zin kan de financiële onderneming er voor kiezen de notionele waarde te vervangen door de notionele waarde minus eventuele marktwaardeveranderingen in het kredietderivaat sinds handelsintroductie. De posities worden in overeenstemming met het tweede tot en met het achtste lid geboekt.
2. Een totale opbrengstswap geeft aanleiding tot boeking van:
a. een lange positie voor het algemene positierisico van de referentieverplichting;
b. een korte positie voor het algemene positierisico van een overheidsobligatie waaraan een risicogewicht van nul procent wordt toegewezen; en
c. een lange positie voor het specifieke positierisico van de referentieverplichting.
3. Een kredietverzuimswap geeft aanleiding tot de volgende boekingen:
a. boeking van een synthetische lange positie in een verplichting van de referentie-entiteit voor het specifieke positierisico; en
b. indien uit hoofde van de kredietverzuimswap premie- of rentebetalingen verschuldigd zijn, boeking van de desbetreffende kasstromen als theoretische posities in een overheidsobligatie, met corresponderende vaste of variabele rente.
4. Een credit linked note geeft aanleiding tot boeking van:
a. een lange positie voor het algemene positierisico van de note zelf, als renteproduct;
b. een synthetische lange positie in een verplichting van de referentie-entiteit voor het specifieke positierisico; en
c. een lange positie voor het specifieke positierisico van de emittent van de note.
5. Een multiple name credit linked note die proportionele protectie verschaft, geeft aanleiding tot boeking van een lange positie van het specifieke risico van de note zelf, en wat betreft het specifieke positierisico tot boeking van een positie in elke referentie-entiteit, waarbij de totale onderliggende waarde van het contract over de posities wordt verspreid in verhouding tot het aandeel van elke aan een referentie-entiteit verbonden risicopositie in de totale onderliggende waarde.
6. Wanneer een multiple name credit linked note mandje een externe kredietbeoordeling heeft en een post is als bedoeld in artikel 3:9, derde lid, onderdelen a tot en met c, volstaat het één lange positie voor het specifieke risico van de emittent van de notes in plaats van afzonderlijke posities voor het specifieke risico van iedere referentie-entiteit te boeken.
7. Een first-asset-to-default mandje geeft aanleiding tot boeking, voor het theoretische bedrag, van een positie in een verplichting van elke referentie-entiteit. Indien het hoogste te betalen bedrag bij een omstandigheid die de kredietwaardigheid aantast kleiner is dan het in overeenstemming met dit lid berekende solvabiliteitsvereiste, dan kan dat maximumbedrag als solvabiliteitsvereiste voor het specifieke positierisico worden aangehouden.
8. Een second-asset-to-default mandje geeft aanleiding tot boeking, voor het theoretische bedrag, van een positie in een verplichting van elke referentie-entiteit met uitzondering van die met het kleinste solvabiliteitsvereiste voor het specifieke positierisico. Indien het hoogste te betalen bedrag bij een omstandigheid die de kredietwaardigheid aantast kleiner is dan het in overeenstemming met de eerste zin van dit lid verkregen solvabiliteitsvereiste, dan kan dat maximumbedrag als solvabiliteitsvereiste voor het specifieke positierisico worden aangehouden. Wanneer voor een referentie-entiteit meer dan één verplichting in aanmerking komt, wordt de verplichting met het hoogste risicogewicht in aanmerking genomen voor het specifieke positierisico. In plaats van de looptijd van de verplichting geldt de looptijd van de kredietderivaatovereenkomst.
9. Wanneer een n-th-asset-to-default-mandje een externe kredietbeoordeling heeft en voldoet aan de voorwaarden van een gekwalificeerd schuldinstrument, kan de protectieverkoper volstaan met de berekening van één specifieke risicobelasting die in overeenstemming is met de kredietbeoordeling van het derivaat en past hij de respectieve, van toepassing zijnde, securitisatie-risicowegingen toe.
2. Een totale opbrengstswap geeft aanleiding tot boeking van:
a. een lange positie voor het algemene positierisico van de referentieverplichting;
b. een korte positie voor het algemene positierisico van een overheidsobligatie waaraan een risicogewicht van nul procent wordt toegewezen; en
c. een lange positie voor het specifieke positierisico van de referentieverplichting.
3. Een kredietverzuimswap geeft aanleiding tot de volgende boekingen:
a. boeking van een synthetische lange positie in een verplichting van de referentie-entiteit voor het specifieke positierisico; en
b. indien uit hoofde van de kredietverzuimswap premie- of rentebetalingen verschuldigd zijn, boeking van de desbetreffende kasstromen als theoretische posities in een overheidsobligatie, met corresponderende vaste of variabele rente.
4. Een credit linked note geeft aanleiding tot boeking van:
a. een lange positie voor het algemene positierisico van de note zelf, als renteproduct;
b. een synthetische lange positie in een verplichting van de referentie-entiteit voor het specifieke positierisico; en
c. een lange positie voor het specifieke positierisico van de emittent van de note.
5. Een multiple name credit linked note die proportionele protectie verschaft, geeft aanleiding tot boeking van een lange positie van het specifieke risico van de note zelf, en wat betreft het specifieke positierisico tot boeking van een positie in elke referentie-entiteit, waarbij de totale onderliggende waarde van het contract over de posities wordt verspreid in verhouding tot het aandeel van elke aan een referentie-entiteit verbonden risicopositie in de totale onderliggende waarde.
6. Wanneer een multiple name credit linked note mandje een externe kredietbeoordeling heeft en een post is als bedoeld in artikel 3:9, derde lid, onderdelen a tot en met c, volstaat het één lange positie voor het specifieke risico van de emittent van de notes in plaats van afzonderlijke posities voor het specifieke risico van iedere referentie-entiteit te boeken.
7. Een first-asset-to-default mandje geeft aanleiding tot boeking, voor het theoretische bedrag, van een positie in een verplichting van elke referentie-entiteit. Indien het hoogste te betalen bedrag bij een omstandigheid die de kredietwaardigheid aantast kleiner is dan het in overeenstemming met dit lid berekende solvabiliteitsvereiste, dan kan dat maximumbedrag als solvabiliteitsvereiste voor het specifieke positierisico worden aangehouden.
8. Een second-asset-to-default mandje geeft aanleiding tot boeking, voor het theoretische bedrag, van een positie in een verplichting van elke referentie-entiteit met uitzondering van die met het kleinste solvabiliteitsvereiste voor het specifieke positierisico. Indien het hoogste te betalen bedrag bij een omstandigheid die de kredietwaardigheid aantast kleiner is dan het in overeenstemming met de eerste zin van dit lid verkregen solvabiliteitsvereiste, dan kan dat maximumbedrag als solvabiliteitsvereiste voor het specifieke positierisico worden aangehouden. Wanneer voor een referentie-entiteit meer dan één verplichting in aanmerking komt, wordt de verplichting met het hoogste risicogewicht in aanmerking genomen voor het specifieke positierisico. In plaats van de looptijd van de verplichting geldt de looptijd van de kredietderivaatovereenkomst.
9. Wanneer een n-th-asset-to-default-mandje een externe kredietbeoordeling heeft en voldoet aan de voorwaarden van een gekwalificeerd schuldinstrument, kan de protectieverkoper volstaan met de berekening van één specifieke risicobelasting die in overeenstemming is met de kredietbeoordeling van het derivaat en past hij de respectieve, van toepassing zijnde, securitisatie-risicowegingen toe.
- Citeren als
- Art. 3:6
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0020700
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl