BWBR0012701
Geldig vanaf 2002-01-01
Artikel 72
Tijdelijke referendumwet
1. De voorzitter van het centraal stembureau maakt het besluit inzake de toelating van het inleidend verzoek zo spoedig mogelijk openbaar, voor een nationaal referendum door mededeling van het besluit in de Staatscourant, en voor een provinciaal of gemeentelijk referendum op de in de provincie, onderscheidenlijk gemeente, gebruikelijke wijze. Een afschrift van het proces-verbaal wordt voor een ieder ter inzage gelegd.
2. Bij een nationaal referendum doet de voorzitter van het centraal stembureau van het besluit inzake de toelating van het inleidend verzoek mededeling aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, aan de voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal en aan Onze Minister.
3. Bij een provinciaal, onderscheidenlijk gemeentelijk, referendum doet de voorzitter van het centraal stembureau van het besluit inzake de toelating van het inleidend verzoek mededeling aan provinciale staten, onderscheidenlijk de gemeenteraad.
2. Bij een nationaal referendum doet de voorzitter van het centraal stembureau van het besluit inzake de toelating van het inleidend verzoek mededeling aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, aan de voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal en aan Onze Minister.
3. Bij een provinciaal, onderscheidenlijk gemeentelijk, referendum doet de voorzitter van het centraal stembureau van het besluit inzake de toelating van het inleidend verzoek mededeling aan provinciale staten, onderscheidenlijk de gemeenteraad.