BWBR0012701
Geldig vanaf 2002-01-01
Artikel 108
Tijdelijke referendumwet
1. De voorzitter van het centraal stembureau maakt het besluit inzake de toelating van het definitieve verzoek zo spoedig mogelijk openbaar, voor een nationaal referendum door plaatsing van een afschrift van het proces-verbaal in de Staatscourant, en voor een provinciaal of gemeentelijk referendum op de in de provincie, onderscheidenlijk de gemeente, gebruikelijke wijze.
2. Bij een nationaal referendum doet de voorzitter van het centraal stembureau van het besluit inzake de toelating van het definitieve verzoek mededeling aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, aan de voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal en aan Onze Minister.
3. Bij een provinciaal, onderscheidenlijk gemeentelijk, referendum doet de voorzitter van het centraal stembureau van het besluit inzake de toelating van het definitieve verzoek mededeling aan provinciale staten, onderscheidenlijk de gemeenteraad.
2. Bij een nationaal referendum doet de voorzitter van het centraal stembureau van het besluit inzake de toelating van het definitieve verzoek mededeling aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, aan de voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal en aan Onze Minister.
3. Bij een provinciaal, onderscheidenlijk gemeentelijk, referendum doet de voorzitter van het centraal stembureau van het besluit inzake de toelating van het definitieve verzoek mededeling aan provinciale staten, onderscheidenlijk de gemeenteraad.