BWBR0012701
Geldig vanaf 2002-01-01
Artikel 143
Tijdelijke referendumwet
Geen beroep kan worden ingesteld tegen een besluit:
a. van het stembureau, het plaatselijk stembureau, het hoofdstembureau, de voorzitter van het plaatselijk stembureau of het hoofdstembureau, of de burgemeester inzake het inleidend verzoek tot het houden van een referendum, het definitieve verzoek tot het houden van een referendum, het verloop van de stemming, de stemopneming, de vaststelling van het aantal kiesgerechtigden en de vaststelling van de uitslag van een referendum;
b. tot vaststelling van de datum waarop een referendum wordt gehouden.
a. van het stembureau, het plaatselijk stembureau, het hoofdstembureau, de voorzitter van het plaatselijk stembureau of het hoofdstembureau, of de burgemeester inzake het inleidend verzoek tot het houden van een referendum, het definitieve verzoek tot het houden van een referendum, het verloop van de stemming, de stemopneming, de vaststelling van het aantal kiesgerechtigden en de vaststelling van de uitslag van een referendum;
b. tot vaststelling van de datum waarop een referendum wordt gehouden.