BWBR0012701
Geldig vanaf 2002-01-01
Artikel 70
Tijdelijke referendumwet
1. Vervolgens besluit de voorzitter van het centraal stembureau of het inleidend verzoek tot het houden van een referendum wordt toegelaten.
2. De voorzitter van het centraal stembureau besluit slechts dat het inleidend verzoek niet wordt toegelaten, indien het aantal geldige verzoeken minder bedraagt dan het vereiste aantal, bedoeld in de artikelen 2, 3, onderscheidenlijk 4, tweede lid.
3. Voor de berekening van het vereiste aantal, bedoeld in de artikelen 3en 4, tweede lid, wordt uitgegaan van het volgens bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels vastgestelde aantal kiesgerechtigden voor de laatstgehouden verkiezing van de leden van provinciale staten, onderscheidenlijk de gemeenteraad.
2. De voorzitter van het centraal stembureau besluit slechts dat het inleidend verzoek niet wordt toegelaten, indien het aantal geldige verzoeken minder bedraagt dan het vereiste aantal, bedoeld in de artikelen 2, 3, onderscheidenlijk 4, tweede lid.
3. Voor de berekening van het vereiste aantal, bedoeld in de artikelen 3en 4, tweede lid, wordt uitgegaan van het volgens bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels vastgestelde aantal kiesgerechtigden voor de laatstgehouden verkiezing van de leden van provinciale staten, onderscheidenlijk de gemeenteraad.