BWBR0012701
Geldig vanaf 2002-01-01
Artikel 146
Tijdelijke referendumwet
1. In de volgende gevallen doet de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak uiterlijk op de zesde dag nadat het beroepschrift is ontvangen:
a. beroep tegen een besluit van de voorzitter van het centraal stembureau inzake het inleidend verzoek tot het houden van een referendum;
b. beroep tegen een besluit van het centraal stembureau inzake het definitieve verzoek tot het houden van een referendum;
c. beroep tegen een besluit of een wet of besluit aan een referendum kan worden onderworpen.
2. Indien de uitspraak van de Afdeling strekt tot gegrondverklaring van het beroep, treedt de uitspraak in de plaats van het vernietigde besluit.
3. De voorzitter van de Afdeling stelt partijen onverwijld in kennis van de uitspraak.
a. beroep tegen een besluit van de voorzitter van het centraal stembureau inzake het inleidend verzoek tot het houden van een referendum;
b. beroep tegen een besluit van het centraal stembureau inzake het definitieve verzoek tot het houden van een referendum;
c. beroep tegen een besluit of een wet of besluit aan een referendum kan worden onderworpen.
2. Indien de uitspraak van de Afdeling strekt tot gegrondverklaring van het beroep, treedt de uitspraak in de plaats van het vernietigde besluit.
3. De voorzitter van de Afdeling stelt partijen onverwijld in kennis van de uitspraak.