BWBR0012701
Geldig vanaf 2002-01-01
Artikel 53
Tijdelijke referendumwet
1. De voorzitter van het plaatselijk stembureau stelt, indien er verzoeken zijn ingediend, uiterlijk op de tweede dag na afloop van de termijn van drie weken, bedoeld in artikel 44, vast:
a. het aantal geldige verzoeken,
b. het aantal ongeldige verzoeken.
2. Ongeldig zijn de verzoeken die:
a. zijn ingediend door personen die daartoe ingevolge artikel 44 niet gerechtigd zijn;
b. niet zijn ingediend ter secretarie van, of op een andere plaats als bedoeld in artikel 45, derde lid, binnen de gemeente waar de verzoeker als kiesgerechtigde is geregistreerd;
c. zijn ingediend voordat de termijn, bedoeld in artikel 44, is aangevangen;
d. zijn ingediend nadat de termijn, bedoeld in artikel 44, is verstreken;
e. niet alle gegevens bevatten die krachtens artikel 45, vierde lid, op het formulier moeten worden ingevuld;
f. niet door de verzoeker zijn ondertekend;
g. afkomstig zijn van verzoekers die meer dan één verzoek tot het houden van een referendum over dezelfde wet of hetzelfde besluit hebben ingediend.
a. het aantal geldige verzoeken,
b. het aantal ongeldige verzoeken.
2. Ongeldig zijn de verzoeken die:
a. zijn ingediend door personen die daartoe ingevolge artikel 44 niet gerechtigd zijn;
b. niet zijn ingediend ter secretarie van, of op een andere plaats als bedoeld in artikel 45, derde lid, binnen de gemeente waar de verzoeker als kiesgerechtigde is geregistreerd;
c. zijn ingediend voordat de termijn, bedoeld in artikel 44, is aangevangen;
d. zijn ingediend nadat de termijn, bedoeld in artikel 44, is verstreken;
e. niet alle gegevens bevatten die krachtens artikel 45, vierde lid, op het formulier moeten worden ingevuld;
f. niet door de verzoeker zijn ondertekend;
g. afkomstig zijn van verzoekers die meer dan één verzoek tot het houden van een referendum over dezelfde wet of hetzelfde besluit hebben ingediend.