BWBR0012701
Geldig vanaf 2002-01-01
Artikel 125
Tijdelijke referendumwet
1. Nadat de burgemeester van alle in zijn gemeente gevestigde stembureaus het proces-verbaal van de stemming en de stemopneming heeft ontvangen, stelt hij voor zijn gemeente de totalen van de in artikel 122bedoelde aantallen stemmen en kiesgerechtigden vast.
2. Voor de in het eerste lid bedoelde vaststelling wordt gebruik gemaakt van een formulier waarvoor bij ministeriële regeling een model wordt vastgesteld.
3. Bij een nationaal referendum voegt de burgemeester van 's-Gravenhage aan het aantal kiesgerechtigden dat hij overeenkomstig het eerste lid heeft vastgesteld, het aantal kiesgerechtigden toe dat op grond van artikel 34, eerste lid, door burgemeester en wethouders van 's-Gravenhage als kiesgerechtigde is geregistreerd.
2. Voor de in het eerste lid bedoelde vaststelling wordt gebruik gemaakt van een formulier waarvoor bij ministeriële regeling een model wordt vastgesteld.
3. Bij een nationaal referendum voegt de burgemeester van 's-Gravenhage aan het aantal kiesgerechtigden dat hij overeenkomstig het eerste lid heeft vastgesteld, het aantal kiesgerechtigden toe dat op grond van artikel 34, eerste lid, door burgemeester en wethouders van 's-Gravenhage als kiesgerechtigde is geregistreerd.