BWBR0012701
Geldig vanaf 2002-01-01
Artikel 158
Tijdelijke referendumwet
1. Bij veroordeling wegens een van de in de artikelen 154 tot en met 157omschreven misdrijven kan ontzetting van de in <a href="/wet/BWBR0001854/artikel/28" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 28, eerste lid, onder 1°, 2° en 4°, van het Wetboek van Strafrecht</a>vermelde rechten worden uitgesproken.
2. Bij veroordeling tot een vrijheidsstraf van ten minste een jaar wegens een van de in de artikelen 147en 152 tot en met 156omschreven misdrijven, kan ontzetting van het in <a href="/wet/BWBR0001854/artikel/28" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 28, eerste lid, onder 3°, van het Wetboek van Strafrecht</a>vermelde recht worden uitgesproken.
2. Bij veroordeling tot een vrijheidsstraf van ten minste een jaar wegens een van de in de artikelen 147en 152 tot en met 156omschreven misdrijven, kan ontzetting van het in <a href="/wet/BWBR0001854/artikel/28" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 28, eerste lid, onder 3°, van het Wetboek van Strafrecht</a>vermelde recht worden uitgesproken.