BWBR0012701
Geldig vanaf 2002-01-01
Artikel 34
Tijdelijke referendumwet
1. Burgemeester en wethouders van 's-Gravenhage registreren voor elk nationaal referendum de kiesgerechtigdheid van personen die hun werkelijke woonplaats buiten Nederland hebben, indien dezen daartoe een schriftelijk verzoek hebben ingediend.
2. Burgemeester en wethouders van 's-Gravenhage zenden voor elk nationaal referendum aan de personen die zijn opgenomen in het bestand, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0004627/artikel/D_3a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel D 3a van de Kieswet</a>, een formulier tot registratie van de kiesgerechtigdheid toe.
3. Het verzoek kan worden ingediend vanaf het tijdstip waarop het besluit van de voorzitter van het centraal stembureau tot toelating van het inleidend verzoek tot het houden van een referendum onherroepelijk is geworden en dient uiterlijk zes weken voor de dag van de stemming te zijn ontvangen door het orgaan waarbij het moet worden ingediend.
4. Burgemeester en wethouders van 's-Gravenhage beslissen op het verzoek uiterlijk op de zevende dag nadat zij dit hebben ontvangen, maar niet voor de dagtekening van het koninklijk besluit, bedoeld in artikel 110.
5. De <a href="/wet/BWBR0004627/artikel/D_3" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen D 3, derde tot met zesde en negende lid</a>, en <a href="/wet/BWBR0004627/artikel/D_8" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">D 8 van de Kieswet</a>zijn van toepassing.
2. Burgemeester en wethouders van 's-Gravenhage zenden voor elk nationaal referendum aan de personen die zijn opgenomen in het bestand, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0004627/artikel/D_3a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel D 3a van de Kieswet</a>, een formulier tot registratie van de kiesgerechtigdheid toe.
3. Het verzoek kan worden ingediend vanaf het tijdstip waarop het besluit van de voorzitter van het centraal stembureau tot toelating van het inleidend verzoek tot het houden van een referendum onherroepelijk is geworden en dient uiterlijk zes weken voor de dag van de stemming te zijn ontvangen door het orgaan waarbij het moet worden ingediend.
4. Burgemeester en wethouders van 's-Gravenhage beslissen op het verzoek uiterlijk op de zevende dag nadat zij dit hebben ontvangen, maar niet voor de dagtekening van het koninklijk besluit, bedoeld in artikel 110.
5. De <a href="/wet/BWBR0004627/artikel/D_3" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen D 3, derde tot met zesde en negende lid</a>, en <a href="/wet/BWBR0004627/artikel/D_8" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">D 8 van de Kieswet</a>zijn van toepassing.