BWBR0012701
Geldig vanaf 2002-01-01
Artikel 100
Tijdelijke referendumwet
1. Bij een nationaal referendum houdt het centraal stembureau op de tweede dag na de ontvangst van de processen-verbaal van de hoofdstembureaus om tien uur een openbare zitting.
2. Bij een provinciaal referendum houdt het centraal stembureau op de tweede dag na de ontvangst van de processen-verbaal van de plaatselijke stembureaus om tien uur een openbare zitting.
3. Bij een gemeentelijk referendum houdt het centraal stembureau op de tweede dag na afloop van de termijn van zes weken, bedoeld in artikel 75, na beëindiging van de werkzaamheden, bedoeld in paragraaf 2 van dit hoofdstuk, een openbare zitting.
2. Bij een provinciaal referendum houdt het centraal stembureau op de tweede dag na de ontvangst van de processen-verbaal van de plaatselijke stembureaus om tien uur een openbare zitting.
3. Bij een gemeentelijk referendum houdt het centraal stembureau op de tweede dag na afloop van de termijn van zes weken, bedoeld in artikel 75, na beëindiging van de werkzaamheden, bedoeld in paragraaf 2 van dit hoofdstuk, een openbare zitting.