BWBR0012701
Geldig vanaf 2002-01-01
Artikel 135
Tijdelijke referendumwet
1. Indien het centraal stembureau besluit dat een nationaal referendum ongeldig is wegens de ongeldigheid van de stemming in één of meer stemdistricten, geeft de voorzitter daarvan onverwijld kennis aan Onze Minister.
2. Uiterlijk op de dertigste dag nadat deze kennisgeving is ontvangen, vindt in de in het eerste lid bedoelde stemdistricten een nieuwe stemming plaats en wordt de uitslag van het referendum opnieuw vastgesteld. De dag van de stemming wordt vastgesteld door Onze Minister.
3. <a href="/wet/BWBR0004627/artikel/V_7" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Artikel V 7 van de Kieswet</a>is van toepassing.
4. Dit artikel is ten aanzien van een provinciaal en een gemeentelijk referendum van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de in het eerste lid bedoelde kennisgeving geschiedt aan en de in het tweede lid bedoelde vaststelling van de dag van de stemming door gedeputeerde staten, onderscheidenlijk burgemeester en wethouders.
2. Uiterlijk op de dertigste dag nadat deze kennisgeving is ontvangen, vindt in de in het eerste lid bedoelde stemdistricten een nieuwe stemming plaats en wordt de uitslag van het referendum opnieuw vastgesteld. De dag van de stemming wordt vastgesteld door Onze Minister.
3. <a href="/wet/BWBR0004627/artikel/V_7" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Artikel V 7 van de Kieswet</a>is van toepassing.
4. Dit artikel is ten aanzien van een provinciaal en een gemeentelijk referendum van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de in het eerste lid bedoelde kennisgeving geschiedt aan en de in het tweede lid bedoelde vaststelling van de dag van de stemming door gedeputeerde staten, onderscheidenlijk burgemeester en wethouders.