BWBR0009237
Geldig vanaf 1997-12-26
Artikel 3.9.16
Voorschriften meetmiddelen 1997
1. Een elektronische inrichting die deel uitmaakt van of gekoppeld is aan een koolmonoxidemeter moet duurzaam overeenkomstig haar gebruiksdoel functioneren en mag geen significante fouten in de meetresultaten veroorzaken.
2. De metrologische betrouwbaarheid wordt bereikt:
a. hetzij met behulp van een adequaat ontwerp en een adequate constructie vervaardigen van elektronische inrichtingen die voldoen aan een vereist kwaliteitsniveau dat op grond van proeven aanwezig mag worden verondersteld (elektronische inrichting zonder controle),
b. hetzij door gebruikmaking van elektronische inrichtingen met controles waardoor significante storingen kunnen worden gedetecteerd en gesignaleerd (elektronische inrichting met volledige controle),
c. hetzij door combinatie van bovenvermelde methoden (elektronische inrichting met gedeeltelijke controle).
De keuze van de methode wordt aan de fabrikant overgelaten.
2. De metrologische betrouwbaarheid wordt bereikt:
a. hetzij met behulp van een adequaat ontwerp en een adequate constructie vervaardigen van elektronische inrichtingen die voldoen aan een vereist kwaliteitsniveau dat op grond van proeven aanwezig mag worden verondersteld (elektronische inrichting zonder controle),
b. hetzij door gebruikmaking van elektronische inrichtingen met controles waardoor significante storingen kunnen worden gedetecteerd en gesignaleerd (elektronische inrichting met volledige controle),
c. hetzij door combinatie van bovenvermelde methoden (elektronische inrichting met gedeeltelijke controle).
De keuze van de methode wordt aan de fabrikant overgelaten.