BWBR0009237
Geldig vanaf 1997-12-26
Artikel 3.6.13
Voorschriften meetmiddelen 1997
Een resulterende meetwaarde is representatief voor de gemeten remvertraging, indien:
a. in de meetperiode zich uitsluitend meetwaarden bevinden die verkregen zijn terwijl het voertuig in beweging is;
b. de maximale waarde van de remvertraging van een bewegend voertuig binnen de meetperiode valt; onder deze maximale waarde wordt niet verstaan een piekwaarde die aan het begin of aan het einde van de remproef zou kunnen optreden, en,
c. de resulterende meetwaarde wordt berekend door middeling van zes achtereen verkregen meetwaarden: A. bepaal de maximale meetwaarde van de remvertraging gedurende de meetperiode (te noemen a);
B. bepaal met een interval van 0,1 seconde de 5 gemeten waarden direct vóór de maximale meetwaarde (te noemen a, a, a, a en a) en de 5 gemeten waarden direct na de maximale meetwaarde (te noemen a, a, a, a en a);
C. voer de volgende 6 berekeningen uit: i. (a+a+a+a+a+am)/6;
ii. (a+a+a+a+am+a)/6;
iii. (a+a+a+a+a+a)/6;
iv. (a+a+a+a+a+a)/6;
v. (a+a+a+a+a+a)/6;
vi. (a+a+a+a+a+a)/6;
i. (a+a+a+a+a+am)/6;
ii. (a+a+a+a+am+a)/6;
iii. (a+a+a+a+a+a)/6;
iv. (a+a+a+a+a+a)/6;
v. (a+a+a+a+a+a)/6;
vi. (a+a+a+a+a+a)/6;
D. de hoogste van de onder C berekende waarden geldt als de resulterende meetwaarde waarbij uitsluitend de berekende waarden in beschouwing worden genomen die opgebouwd zijn uit meetwaarden die tenminste gelijk zijn aan 75% van de maximale meetwaarde.
A. bepaal de maximale meetwaarde van de remvertraging gedurende de meetperiode (te noemen a);
B. bepaal met een interval van 0,1 seconde de 5 gemeten waarden direct vóór de maximale meetwaarde (te noemen a, a, a, a en a) en de 5 gemeten waarden direct na de maximale meetwaarde (te noemen a, a, a, a en a);
C. voer de volgende 6 berekeningen uit: i. (a+a+a+a+a+am)/6;
ii. (a+a+a+a+am+a)/6;
iii. (a+a+a+a+a+a)/6;
iv. (a+a+a+a+a+a)/6;
v. (a+a+a+a+a+a)/6;
vi. (a+a+a+a+a+a)/6;
i. (a+a+a+a+a+am)/6;
ii. (a+a+a+a+am+a)/6;
iii. (a+a+a+a+a+a)/6;
iv. (a+a+a+a+a+a)/6;
v. (a+a+a+a+a+a)/6;
vi. (a+a+a+a+a+a)/6;
D. de hoogste van de onder C berekende waarden geldt als de resulterende meetwaarde waarbij uitsluitend de berekende waarden in beschouwing worden genomen die opgebouwd zijn uit meetwaarden die tenminste gelijk zijn aan 75% van de maximale meetwaarde.
d. het grootste verschil tussen de meetwaarden verkregen vanaf 0,5 seconde voor de meetperiode tot 0,5 seconde na de meetperiode bedraagt 1 m/s2.
a. in de meetperiode zich uitsluitend meetwaarden bevinden die verkregen zijn terwijl het voertuig in beweging is;
b. de maximale waarde van de remvertraging van een bewegend voertuig binnen de meetperiode valt; onder deze maximale waarde wordt niet verstaan een piekwaarde die aan het begin of aan het einde van de remproef zou kunnen optreden, en,
c. de resulterende meetwaarde wordt berekend door middeling van zes achtereen verkregen meetwaarden: A. bepaal de maximale meetwaarde van de remvertraging gedurende de meetperiode (te noemen a);
B. bepaal met een interval van 0,1 seconde de 5 gemeten waarden direct vóór de maximale meetwaarde (te noemen a, a, a, a en a) en de 5 gemeten waarden direct na de maximale meetwaarde (te noemen a, a, a, a en a);
C. voer de volgende 6 berekeningen uit: i. (a+a+a+a+a+am)/6;
ii. (a+a+a+a+am+a)/6;
iii. (a+a+a+a+a+a)/6;
iv. (a+a+a+a+a+a)/6;
v. (a+a+a+a+a+a)/6;
vi. (a+a+a+a+a+a)/6;
i. (a+a+a+a+a+am)/6;
ii. (a+a+a+a+am+a)/6;
iii. (a+a+a+a+a+a)/6;
iv. (a+a+a+a+a+a)/6;
v. (a+a+a+a+a+a)/6;
vi. (a+a+a+a+a+a)/6;
D. de hoogste van de onder C berekende waarden geldt als de resulterende meetwaarde waarbij uitsluitend de berekende waarden in beschouwing worden genomen die opgebouwd zijn uit meetwaarden die tenminste gelijk zijn aan 75% van de maximale meetwaarde.
A. bepaal de maximale meetwaarde van de remvertraging gedurende de meetperiode (te noemen a);
B. bepaal met een interval van 0,1 seconde de 5 gemeten waarden direct vóór de maximale meetwaarde (te noemen a, a, a, a en a) en de 5 gemeten waarden direct na de maximale meetwaarde (te noemen a, a, a, a en a);
C. voer de volgende 6 berekeningen uit: i. (a+a+a+a+a+am)/6;
ii. (a+a+a+a+am+a)/6;
iii. (a+a+a+a+a+a)/6;
iv. (a+a+a+a+a+a)/6;
v. (a+a+a+a+a+a)/6;
vi. (a+a+a+a+a+a)/6;
i. (a+a+a+a+a+am)/6;
ii. (a+a+a+a+am+a)/6;
iii. (a+a+a+a+a+a)/6;
iv. (a+a+a+a+a+a)/6;
v. (a+a+a+a+a+a)/6;
vi. (a+a+a+a+a+a)/6;
D. de hoogste van de onder C berekende waarden geldt als de resulterende meetwaarde waarbij uitsluitend de berekende waarden in beschouwing worden genomen die opgebouwd zijn uit meetwaarden die tenminste gelijk zijn aan 75% van de maximale meetwaarde.
d. het grootste verschil tussen de meetwaarden verkregen vanaf 0,5 seconde voor de meetperiode tot 0,5 seconde na de meetperiode bedraagt 1 m/s2.