BWBR0009237
Geldig vanaf 1997-12-26
Artikel 1.14
Voorschriften meetmiddelen 1997
1. Elk meetmiddel moet zijn voorzien van de volgende duidelijk leesbare en onuitwisbare opschriften:
a. het fabrikaat;
b. het bouwjaar;
c. de type-aanduiding;
d. het typegoedkeuringsnummer;
e. het serienummer;
f. de eenheid waarin de gemeten grootheid wordt uitgedrukt;
g. het aanwijsbereik;
h. eventuele gebruiksbeperkende omstandigheden;
i. het temperatuurgebied waarbinnen aan de eisen van het meetmiddel wordt voldaan, tenzij anders is aangegeven in hoofdstuk III.
Indien een meetmiddel is opgebouwd uit een aanwijseenheid met een separaat aan te sluiten meeteenheid, moeten de aanduidingen a tot en met e tevens worden vermeld op de separate meeteenheid.
De aanduidingen f tot en met h moeten zijn aangebracht in de onmiddellijke nabijheid van de aanwijzing en worden herhaald bij elke aanwijsinrichting.
2. Voor zover de meetmiddelen zijn voorzien van een registratie-inrichting moeten op elke registratie ten minste de aanduidingen genoemd in het eerste lid, onder e en f, worden vastgelegd.
3. Aanwijzingen en registraties bedoeld voor de gebruiker van het meetmiddel moeten in de Nederlandse taal zijn gesteld.
4. Andere vermeldingen dan genoemd in de voorgaande leden mogen worden aangebracht mits deze geen aanleiding kunnen geven tot misleiding of misvatting.
a. het fabrikaat;
b. het bouwjaar;
c. de type-aanduiding;
d. het typegoedkeuringsnummer;
e. het serienummer;
f. de eenheid waarin de gemeten grootheid wordt uitgedrukt;
g. het aanwijsbereik;
h. eventuele gebruiksbeperkende omstandigheden;
i. het temperatuurgebied waarbinnen aan de eisen van het meetmiddel wordt voldaan, tenzij anders is aangegeven in hoofdstuk III.
Indien een meetmiddel is opgebouwd uit een aanwijseenheid met een separaat aan te sluiten meeteenheid, moeten de aanduidingen a tot en met e tevens worden vermeld op de separate meeteenheid.
De aanduidingen f tot en met h moeten zijn aangebracht in de onmiddellijke nabijheid van de aanwijzing en worden herhaald bij elke aanwijsinrichting.
2. Voor zover de meetmiddelen zijn voorzien van een registratie-inrichting moeten op elke registratie ten minste de aanduidingen genoemd in het eerste lid, onder e en f, worden vastgelegd.
3. Aanwijzingen en registraties bedoeld voor de gebruiker van het meetmiddel moeten in de Nederlandse taal zijn gesteld.
4. Andere vermeldingen dan genoemd in de voorgaande leden mogen worden aangebracht mits deze geen aanleiding kunnen geven tot misleiding of misvatting.