BWBR0009237
Geldig vanaf 1997-12-26
Artikel 3.7.18
Voorschriften meetmiddelen 1997
Op de rollenremtestbank kunnen gelijktijdig voor het linker- en rechterwiel van een gemeten as ten minste de volgende waarden worden vastgesteld:
a. voorafgaand aan de remtest: de rolweerstand;
b. tijdens de remtest: 1°. de momentele waarde van de remkracht, en
2°. de fluctuaties in de momentele waarde van de remkracht, relevant voor de beoordeling van het geteste remsysteem;
1°. de momentele waarde van de remkracht, en
2°. de fluctuaties in de momentele waarde van de remkracht, relevant voor de beoordeling van het geteste remsysteem;
c. na correcte uitvoering van de remtest moeten de volgende waarden worden aangegeven: 1°. de resulterende meetwaarde;
2°. de waarde van het verschil in remkracht inclusief de rolweerstand aan het linker- en rechterwiel uitgedrukt in een percentage van de hoogste remkracht. Dit verschil moet worden bepaald uit: A. de resulterende meetwaarde voor klasse I rollenremtestbanken, en
B. de niet-geëxtrapoleerde resulterende meetwaarde bij druk PH voor klasse II rollenremtestbanken en voor het tweede aanwijsbereik van klasse I/II rollenremtestbanken.
A. de resulterende meetwaarde voor klasse I rollenremtestbanken, en
B. de niet-geëxtrapoleerde resulterende meetwaarde bij druk PH voor klasse II rollenremtestbanken en voor het tweede aanwijsbereik van klasse I/II rollenremtestbanken.
1°. de resulterende meetwaarde;
2°. de waarde van het verschil in remkracht inclusief de rolweerstand aan het linker- en rechterwiel uitgedrukt in een percentage van de hoogste remkracht. Dit verschil moet worden bepaald uit: A. de resulterende meetwaarde voor klasse I rollenremtestbanken, en
B. de niet-geëxtrapoleerde resulterende meetwaarde bij druk PH voor klasse II rollenremtestbanken en voor het tweede aanwijsbereik van klasse I/II rollenremtestbanken.
A. de resulterende meetwaarde voor klasse I rollenremtestbanken, en
B. de niet-geëxtrapoleerde resulterende meetwaarde bij druk PH voor klasse II rollenremtestbanken en voor het tweede aanwijsbereik van klasse I/II rollenremtestbanken.
a. voorafgaand aan de remtest: de rolweerstand;
b. tijdens de remtest: 1°. de momentele waarde van de remkracht, en
2°. de fluctuaties in de momentele waarde van de remkracht, relevant voor de beoordeling van het geteste remsysteem;
1°. de momentele waarde van de remkracht, en
2°. de fluctuaties in de momentele waarde van de remkracht, relevant voor de beoordeling van het geteste remsysteem;
c. na correcte uitvoering van de remtest moeten de volgende waarden worden aangegeven: 1°. de resulterende meetwaarde;
2°. de waarde van het verschil in remkracht inclusief de rolweerstand aan het linker- en rechterwiel uitgedrukt in een percentage van de hoogste remkracht. Dit verschil moet worden bepaald uit: A. de resulterende meetwaarde voor klasse I rollenremtestbanken, en
B. de niet-geëxtrapoleerde resulterende meetwaarde bij druk PH voor klasse II rollenremtestbanken en voor het tweede aanwijsbereik van klasse I/II rollenremtestbanken.
A. de resulterende meetwaarde voor klasse I rollenremtestbanken, en
B. de niet-geëxtrapoleerde resulterende meetwaarde bij druk PH voor klasse II rollenremtestbanken en voor het tweede aanwijsbereik van klasse I/II rollenremtestbanken.
1°. de resulterende meetwaarde;
2°. de waarde van het verschil in remkracht inclusief de rolweerstand aan het linker- en rechterwiel uitgedrukt in een percentage van de hoogste remkracht. Dit verschil moet worden bepaald uit: A. de resulterende meetwaarde voor klasse I rollenremtestbanken, en
B. de niet-geëxtrapoleerde resulterende meetwaarde bij druk PH voor klasse II rollenremtestbanken en voor het tweede aanwijsbereik van klasse I/II rollenremtestbanken.
A. de resulterende meetwaarde voor klasse I rollenremtestbanken, en
B. de niet-geëxtrapoleerde resulterende meetwaarde bij druk PH voor klasse II rollenremtestbanken en voor het tweede aanwijsbereik van klasse I/II rollenremtestbanken.