BWBR0009237
Geldig vanaf 1997-12-26
Artikel 3.9.14
Voorschriften meetmiddelen 1997
1. De koolmonoxidemeter moet zijn voorzien van een justeerinrichting waarmee de meter binnen de grenzen van de maximale fouten kan worden gejusteerd ten opzichte van een op de koolmonoxidemeter aangegeven referentiepunt, dat ligt bij een waarde die overeenkomt met ten minste 60% van het maximale meetvermogen. Het voor het referentiepunt gegenereerde, intern signaal moet met behulp van een kalibratiegas op de juiste waarde gebracht kunnen worden.
2. In afwijking van het eerste lid mag de koolmonoxidemeter zijn voorzien van een zodanige andere voorziening, dat de meter, hetzij door menselijke tussenkomst, hetzij automatisch, wordt gejusteerd binnen de grenzen van de maximale fout.
2. In afwijking van het eerste lid mag de koolmonoxidemeter zijn voorzien van een zodanige andere voorziening, dat de meter, hetzij door menselijke tussenkomst, hetzij automatisch, wordt gejusteerd binnen de grenzen van de maximale fout.