BWBR0009237
Geldig vanaf 1997-12-26
Artikel 3.2.6
Voorschriften meetmiddelen 1997
Toerentellers in gebruik genomen vóór inwerkingtreding van deze regeling, welke niet worden gebruikt voor de roetmeting of de uitlaatgasmeting met lambda-bepaling, als bedoeld in artikel 5.2.11, negende en elfde liddan wel artikel 5.3.11, achtste en tiende lid van het Voertuigreglementmoeten in afwijking van het bepaalde in hoofdstuk 1voldoen aan de volgende eisen:
a. het toerental moet worden weergegeven in omwentelingen per minuut.
b. het meetbereik moet ten minste 500 tot 2500 omwentelingen per minuut bedragen;
c. het toerental moet op analoge of digitale wijze duidelijk aangegeven worden en gemakkelijk afleesbaar zijn;
d. de schaalverdeling van de toerenteller moet zodanig zijn dat op 10 omwentelingen per minuut nauwkeurig kan worden afgelezen in het meetbereik tot 1200 omwentelingen per minuut, en dat op 50 omwentelingen per minuut nauwkeurig kan worden afgelezen in het meetbereik boven 1200 omwentelingen per minuut.
a. het toerental moet worden weergegeven in omwentelingen per minuut.
b. het meetbereik moet ten minste 500 tot 2500 omwentelingen per minuut bedragen;
c. het toerental moet op analoge of digitale wijze duidelijk aangegeven worden en gemakkelijk afleesbaar zijn;
d. de schaalverdeling van de toerenteller moet zodanig zijn dat op 10 omwentelingen per minuut nauwkeurig kan worden afgelezen in het meetbereik tot 1200 omwentelingen per minuut, en dat op 50 omwentelingen per minuut nauwkeurig kan worden afgelezen in het meetbereik boven 1200 omwentelingen per minuut.