BWBR0009237
Geldig vanaf 1997-12-26
Artikel 1.19
Voorschriften meetmiddelen 1997
De metrologisch relevante programmatuur van het meetmiddel moet voldoen aan de volgende eisen:
a. bij de typekeuring moet de te gebruiken programmatuur redelijkerwijs kunnen worden onderzocht. De aanbieder moet daartoe de middelen ter beschikking stellen zoals de benodigde documentatie waarin de werking van de programmatuur in voldoende detail wordt weergegeven;
b. de programmatuur moet in een zodanige vorm in het meetmiddel aanwezig zijn, dat wijziging van de programmatuur, leidend tot een besturingscode die niet in de typekeuring is onderzocht niet mogelijk is zonder verbreking van een verzegeling;
c. wijzigingen in de programmatuur worden door middel van een eenvoudige en zichtbare identificatiecode gesignaleerd;
d. door de fabrikant moet aan elke programmatuurversie een vast versie-nummer worden toegekend, dat tezamen met de door de programmatuur zelf gegenereerde identificatie-code als bedoeld onder c de volledige identificatie van de programmatuur vormt. Dit versie-nummer moet bij elke programmatuurwijziging die invloed kan hebben op de functies en de juistheid van het meetmiddel, door de fabrikant worden aangepast;
e. indien de frequentie van een interne frequentiebron van invloed is op het meetresultaat, mag de frequentie geen grotere afwijking hebben van zijn nominale waarde dan overeenkomend met één tiende van de maximale fout.
a. bij de typekeuring moet de te gebruiken programmatuur redelijkerwijs kunnen worden onderzocht. De aanbieder moet daartoe de middelen ter beschikking stellen zoals de benodigde documentatie waarin de werking van de programmatuur in voldoende detail wordt weergegeven;
b. de programmatuur moet in een zodanige vorm in het meetmiddel aanwezig zijn, dat wijziging van de programmatuur, leidend tot een besturingscode die niet in de typekeuring is onderzocht niet mogelijk is zonder verbreking van een verzegeling;
c. wijzigingen in de programmatuur worden door middel van een eenvoudige en zichtbare identificatiecode gesignaleerd;
d. door de fabrikant moet aan elke programmatuurversie een vast versie-nummer worden toegekend, dat tezamen met de door de programmatuur zelf gegenereerde identificatie-code als bedoeld onder c de volledige identificatie van de programmatuur vormt. Dit versie-nummer moet bij elke programmatuurwijziging die invloed kan hebben op de functies en de juistheid van het meetmiddel, door de fabrikant worden aangepast;
e. indien de frequentie van een interne frequentiebron van invloed is op het meetresultaat, mag de frequentie geen grotere afwijking hebben van zijn nominale waarde dan overeenkomend met één tiende van de maximale fout.