BWBR0009237
Geldig vanaf 1997-12-26
Artikel 3.1.9
Voorschriften meetmiddelen 1997
De roetmeter moet zijn voorzien van een analoge of digitale aanwijsinrichting die ten minste de volgende aanwijzingen presenteert:
a. in de functiestand “CONTROLE” (of een gelijksoortige benaming) de ongecorrigeerde waarde van de opaciteit over het bereik van 0% tot 100%. De kleinste stap in de aangewezen waarde moet 0,1% bedragen;
b. de piekwaarde van de gecorrigeerde absorptiecoefficiënt over het bereik van ten minste 0 m-1 tot 5,5 m-1. De kleinste stap in de aangewezen waarde mag niet meer dan 0,02 m-1 bedragen.
a. in de functiestand “CONTROLE” (of een gelijksoortige benaming) de ongecorrigeerde waarde van de opaciteit over het bereik van 0% tot 100%. De kleinste stap in de aangewezen waarde moet 0,1% bedragen;
b. de piekwaarde van de gecorrigeerde absorptiecoefficiënt over het bereik van ten minste 0 m-1 tot 5,5 m-1. De kleinste stap in de aangewezen waarde mag niet meer dan 0,02 m-1 bedragen.