BWBR0009237
Geldig vanaf 1997-12-26
Artikel 3.11.11
Voorschriften meetmiddelen 1997
1. Indien het instrument is uitgevoerd met één of meer automatische controle-inrichting (en), moet het mogelijk zijn het juiste functioneren hiervan te controleren.
2. Bij een uitlaatgastester moet, door middel van een controle-inrichting voor het vaststellen van restanten HC-gas, zijn gewaarborgd dat, voordat een meting kan plaatsvinden, de aangewezen waarde voor een monster omgevingslucht door de sonde minder is dan 20 ppm vol hexaan.
3. Een instrument met een O₂-kanaal moet zijn uitgevoerd met een voorziening die verouderen van de sensor automatisch detecteert.
2. Bij een uitlaatgastester moet, door middel van een controle-inrichting voor het vaststellen van restanten HC-gas, zijn gewaarborgd dat, voordat een meting kan plaatsvinden, de aangewezen waarde voor een monster omgevingslucht door de sonde minder is dan 20 ppm vol hexaan.
3. Een instrument met een O₂-kanaal moet zijn uitgevoerd met een voorziening die verouderen van de sensor automatisch detecteert.