BWBR0009230
Geldig vanaf 1998-01-01
Artikel 25
Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst 1998
1. Vergrijpboeten kunnen alleen worden opgelegd indien sprake is van grove schuld of opzet.
Onder opzet wordt mede verstaan voorwaardelijk opzet. Grove schuld is een in laakbaarheid aan opzet grenzende mate van verwijtbaarheid en omvat mede grove onachtzaamheid.
2. In geval van grove schuld legt de inspecteur een vergrijpboete op van 25 procent.
3. In geval van opzet legt de inspecteur een vergrijpboete op van 50 procent.
4. Indien bij het opleggen van een vergrijpboete slechts een gedeelte van de verschuldigde belasting door opzet of grove schuld van belanghebbende te weinig is of zou zijn geheven dan wel betaald, berekent de inspecteur de boete over dat -naar evenredigheid bepaalde- gedeelte.
5. Het in het vierde lid neergelegde beginsel vindt overeenkomstige toepassing indien meer dan één boetepercentage moet worden toegepast.
Onder opzet wordt mede verstaan voorwaardelijk opzet. Grove schuld is een in laakbaarheid aan opzet grenzende mate van verwijtbaarheid en omvat mede grove onachtzaamheid.
2. In geval van grove schuld legt de inspecteur een vergrijpboete op van 25 procent.
3. In geval van opzet legt de inspecteur een vergrijpboete op van 50 procent.
4. Indien bij het opleggen van een vergrijpboete slechts een gedeelte van de verschuldigde belasting door opzet of grove schuld van belanghebbende te weinig is of zou zijn geheven dan wel betaald, berekent de inspecteur de boete over dat -naar evenredigheid bepaalde- gedeelte.
5. Het in het vierde lid neergelegde beginsel vindt overeenkomstige toepassing indien meer dan één boetepercentage moet worden toegepast.