BWBR0009230
Geldig vanaf 1998-01-01
Artikel § 22
Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst 1998
1. Bij het opleggen van een verzuimboete wegens het niet of niet tijdig doen van aangifte voor een belasting (premie werknemersverzekeringen en volksverzekeringen daaronder begrepen) die op aangifte moet worden voldaan of afgedragen (tijdvakbelastingen en tijdstipbelastingen), wordt een onderscheid gemaakt tussen een eerste, tweede en derde/volgend verzuim. Voor de aangifte loonbelasting wordt onderscheid gemaakt tussen een eerste en tweede/volgend verzuim.
2. De verzuimenreeks wordt toegepast per belastingmiddel. Indien sprake is van afwezigheid van alle schuld (‘avas’) telt het verzuim niet mee voor de verzuimenreeks.
3. Voor aangiftebelastingen die periodiek op aangifte moeten worden voldaan of afgedragen (tijdvakbelastingen) geldt dat van een eerste verzuim sprake is indien belanghebbende over geen van de laatste zeven tijdvakken, voorafgaande aan het tijdvak waarover niet of niet tijdig aangifte is gedaan, in verzuim is geweest. Van een tweede verzuim is sprake indien belanghebbende over één van de laatste zeven tijdvakken, voorafgaande aan het tijdvak waarover niet of niet tijdig aangifte is gedaan, in verzuim is geweest. Van een derde/volgend verzuim is sprake indien belanghebbende over twee of meer van de laatste zeven tijdvakken, voorafgaande aan het tijdvak waarover niet of niet tijdig aangifte is gedaan, in verzuim is geweest.
Voor de toepassing van het eerste, tweede en derde lid van deze paragraaf worden slechts die verzuimen in aanmerking genomen welke betrekking hebben op tijdvakken die vallen in een periode van vierentwintig maanden voorafgaande aan het tijdvak waarover niet of niet tijdig aangifte is gedaan.
4. Voor aangiftebelastingen die niet periodiek op aangifte moeten worden voldaan of afgedragen (tijdstipbelastingen) geldt dat van een tweede respectievelijk derde/volgend verzuim sprake is, indien belanghebbende over de voorafgaande vierentwintig maanden éénmaal respectievelijk tweemaal of meer in verzuim is geweest.
5. De inspecteur legt in geval van een eerste verzuim geen verzuimboete op. In geval van een tweede verzuim legt de inspecteur een boete op van € 56. De inspecteur legt een boete van € 113 op, indien sprake is van een derde/volgend verzuim.
6. In afwijking van lid 5 legt de inspecteur voor het niet of niet tijdig doen van de aangifte loonbelasting (premie werknemersverzekeringen en volksverzekeringen daaronder begrepen) in geval van een eerste verzuim geen verzuimboete op. De inspecteur legt een boete van € 113 op, indien sprake is van een tweede/volgend verzuim. In uitzonderlijke gevallen kan de inspecteur een boete opleggen van maximaal € 1.134.
2. De verzuimenreeks wordt toegepast per belastingmiddel. Indien sprake is van afwezigheid van alle schuld (‘avas’) telt het verzuim niet mee voor de verzuimenreeks.
3. Voor aangiftebelastingen die periodiek op aangifte moeten worden voldaan of afgedragen (tijdvakbelastingen) geldt dat van een eerste verzuim sprake is indien belanghebbende over geen van de laatste zeven tijdvakken, voorafgaande aan het tijdvak waarover niet of niet tijdig aangifte is gedaan, in verzuim is geweest. Van een tweede verzuim is sprake indien belanghebbende over één van de laatste zeven tijdvakken, voorafgaande aan het tijdvak waarover niet of niet tijdig aangifte is gedaan, in verzuim is geweest. Van een derde/volgend verzuim is sprake indien belanghebbende over twee of meer van de laatste zeven tijdvakken, voorafgaande aan het tijdvak waarover niet of niet tijdig aangifte is gedaan, in verzuim is geweest.
Voor de toepassing van het eerste, tweede en derde lid van deze paragraaf worden slechts die verzuimen in aanmerking genomen welke betrekking hebben op tijdvakken die vallen in een periode van vierentwintig maanden voorafgaande aan het tijdvak waarover niet of niet tijdig aangifte is gedaan.
4. Voor aangiftebelastingen die niet periodiek op aangifte moeten worden voldaan of afgedragen (tijdstipbelastingen) geldt dat van een tweede respectievelijk derde/volgend verzuim sprake is, indien belanghebbende over de voorafgaande vierentwintig maanden éénmaal respectievelijk tweemaal of meer in verzuim is geweest.
5. De inspecteur legt in geval van een eerste verzuim geen verzuimboete op. In geval van een tweede verzuim legt de inspecteur een boete op van € 56. De inspecteur legt een boete van € 113 op, indien sprake is van een derde/volgend verzuim.
6. In afwijking van lid 5 legt de inspecteur voor het niet of niet tijdig doen van de aangifte loonbelasting (premie werknemersverzekeringen en volksverzekeringen daaronder begrepen) in geval van een eerste verzuim geen verzuimboete op. De inspecteur legt een boete van € 113 op, indien sprake is van een tweede/volgend verzuim. In uitzonderlijke gevallen kan de inspecteur een boete opleggen van maximaal € 1.134.