BWBR0009230
Geldig vanaf 1998-01-01
Artikel § 29
Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst 1998
1. Het vervoeren van personen in de laadruimte van een bestelauto zonder dat de inrichting van de auto hiertoe is gewijzigd, heeft geen gevolgen voor de heffing op grond van de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992(hierna: Wet BPM). Wel kan de inspecteur naar aanleiding van de objectieve vaststelling van dit feit een verzuimboete opleggen.
2. Indien één of meer personen worden vervoerd in de laadruimte van een bestelauto, vormt dit een verzuim ter zake waarvan de inspecteur op grond van de artikelen 13a, zesde lid, Wet BPM(vrijstelling van belasting voor ondernemers) en 15a, elfde lid, Wet BPM(teruggaaf van belasting in verband met gehandicaptenvervoer) een verzuimboete kan opleggen aan degene die het motorrijtuig feitelijk ter beschikking heeft.
3. In geval van een verzuim legt de inspecteur een verzuimboete op van 50 procent van het wettelijk maximum van artikel 13a, zesde lid, Wet BPMof artikel 15a, elfde lid, Wet BPM. In uitzonderlijke gevallen kan hij een boete opleggen ten bedrage van het wettelijk maximum van artikel 13a, zesde lid, Wet BPMof artikel 15a, elfde lid, Wet BPM. Van een uitzonderlijk geval kan bijvoorbeeld sprake zijn indien belanghebbende stelselmatig in verzuim is.
2. Indien één of meer personen worden vervoerd in de laadruimte van een bestelauto, vormt dit een verzuim ter zake waarvan de inspecteur op grond van de artikelen 13a, zesde lid, Wet BPM(vrijstelling van belasting voor ondernemers) en 15a, elfde lid, Wet BPM(teruggaaf van belasting in verband met gehandicaptenvervoer) een verzuimboete kan opleggen aan degene die het motorrijtuig feitelijk ter beschikking heeft.
3. In geval van een verzuim legt de inspecteur een verzuimboete op van 50 procent van het wettelijk maximum van artikel 13a, zesde lid, Wet BPMof artikel 15a, elfde lid, Wet BPM. In uitzonderlijke gevallen kan hij een boete opleggen ten bedrage van het wettelijk maximum van artikel 13a, zesde lid, Wet BPMof artikel 15a, elfde lid, Wet BPM. Van een uitzonderlijk geval kan bijvoorbeeld sprake zijn indien belanghebbende stelselmatig in verzuim is.