BWBR0009230
Geldig vanaf 1998-01-01
Artikel § 32
Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst 1998
1. Van een onjuiste opgaaf ICL in de zin van deze paragraaf is sprake, indien de totaalbedragen van de leveringen per afnemer in het betreffende tijdvak niet dan wel onjuist zijn vermeld in de opgaaf ICL.
Indien de Centrale eenheid ICT constateert dat de gegevens op de opgaaf ICL en de OB-aangifte niet overeenstemmen, wordt belanghebbende een mededeling gezonden, waarin hij wordt verzocht om de onjuistheden binnen een hem daartoe gestelde termijn te herstellen.
2. Bij het opleggen van de verzuimboete wordt een onderscheid gemaakt tussen een eerste, tweede/derde en vierde/volgend verzuim. Van een tweede respectievelijk derde, vierde en volgend verzuim is sprake, indien belanghebbende over de voorafgaande vierentwintig maanden reeds één respectievelijk twee, drie of meer keer een onjuiste opgaaf ICL heeft ingediend als bedoeld in deze paragraaf en die onjuistheid niet binnen de hem gestelde termijn heeft hersteld.
Bij vernietiging van de boete wegens avas telt het verzuim niet mee in de verzuimenreeks.
3. In geval van een eerste verzuim legt de inspecteur een boete op van € 113. In geval van een tweede of derde verzuim legt hij een boete op van € 226. In geval van een vierde/volgend verzuim legt de inspecteur een boete op van € 1134.
4. In uitzonderlijke gevallen kan een verzuimboete van maximaal € 4537 worden opgelegd.
5. Het opleggen van een verzuimboete wegens het indienen van een onjuiste opgaaf ICL blijft achterwege, indien voor deze opgaaf ICL reeds een verzuimboete is opgelegd op de voet van paragraaf 31van dit besluit.
6. Het opleggen van een verzuimboete wegens het indienen van een onjuiste opgaaf ICL blijft achterwege, indien reeds met toepassing van hoofdstuk IVvan dit besluit ter zake van dezelfde onjuistheden een boete is opgelegd in verband met een onjuiste OB-aangifte.
Indien de Centrale eenheid ICT constateert dat de gegevens op de opgaaf ICL en de OB-aangifte niet overeenstemmen, wordt belanghebbende een mededeling gezonden, waarin hij wordt verzocht om de onjuistheden binnen een hem daartoe gestelde termijn te herstellen.
2. Bij het opleggen van de verzuimboete wordt een onderscheid gemaakt tussen een eerste, tweede/derde en vierde/volgend verzuim. Van een tweede respectievelijk derde, vierde en volgend verzuim is sprake, indien belanghebbende over de voorafgaande vierentwintig maanden reeds één respectievelijk twee, drie of meer keer een onjuiste opgaaf ICL heeft ingediend als bedoeld in deze paragraaf en die onjuistheid niet binnen de hem gestelde termijn heeft hersteld.
Bij vernietiging van de boete wegens avas telt het verzuim niet mee in de verzuimenreeks.
3. In geval van een eerste verzuim legt de inspecteur een boete op van € 113. In geval van een tweede of derde verzuim legt hij een boete op van € 226. In geval van een vierde/volgend verzuim legt de inspecteur een boete op van € 1134.
4. In uitzonderlijke gevallen kan een verzuimboete van maximaal € 4537 worden opgelegd.
5. Het opleggen van een verzuimboete wegens het indienen van een onjuiste opgaaf ICL blijft achterwege, indien voor deze opgaaf ICL reeds een verzuimboete is opgelegd op de voet van paragraaf 31van dit besluit.
6. Het opleggen van een verzuimboete wegens het indienen van een onjuiste opgaaf ICL blijft achterwege, indien reeds met toepassing van hoofdstuk IVvan dit besluit ter zake van dezelfde onjuistheden een boete is opgelegd in verband met een onjuiste OB-aangifte.