BWBR0009230
Geldig vanaf 1998-01-01
Artikel § 34
Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst 1998
1. Deze paragraaf heeft betrekking op de naheffingen genoemd in de artikelen 24a, 24b, 33, 34, 35, 35a, 36, 52, 69en 76 van de Wet MB 1994. De artikelen hebben betrekking op andere naheffingsaanslagen dan die voortvloeien uit de in § 33genoemde belastingaanslagen naar aanleiding van een zogenoemde betalingscontrole. Het betreft in deze paragraaf in het algemeen naheffingen vanwege het niet doen van een juiste aangifte, het niet voldoen aan de gestelde voorwaarden, het gebruik maken van de weg gedurende een schorsing, of het niet hebben betaald van de verschuldigde belasting ingeval van een in het buitenland of een ten onrechte niet in Nederland gekentekend motorrijtuig.
Indien een of meer in deze artikelen omschreven feiten worden geconstateerd, is sprake van een verzuim. Ter zake van dat verzuim legt de inspecteur op grond van de artikelen 37, respectievelijk 52, 70of 77 van de Wet MB 1994een verzuimboete op.
2. De verzuimboete bedraagt maximaal 100 procent van het bedrag aan belasting dat niet of gedeeltelijk niet is betaald en is in zoverre begrensd dat een minimum van € 50 en maximaal het wettelijk maximum van artikel 67c AWRwordt opgelegd. De verzuimboete wordt opgelegd aan degene op wiens naam de naheffingsaanslag is gesteld.
3. In afwijking in zoverre van het bepaalde in artikel 67c AWR, wordt de verzuimboete in verband met een naheffing als bedoeld in artikel 35a van de Wet MB 1994indien onderdeel a daarvan van toepassing is, gesteld op nihil.
Indien een of meer in deze artikelen omschreven feiten worden geconstateerd, is sprake van een verzuim. Ter zake van dat verzuim legt de inspecteur op grond van de artikelen 37, respectievelijk 52, 70of 77 van de Wet MB 1994een verzuimboete op.
2. De verzuimboete bedraagt maximaal 100 procent van het bedrag aan belasting dat niet of gedeeltelijk niet is betaald en is in zoverre begrensd dat een minimum van € 50 en maximaal het wettelijk maximum van artikel 67c AWRwordt opgelegd. De verzuimboete wordt opgelegd aan degene op wiens naam de naheffingsaanslag is gesteld.
3. In afwijking in zoverre van het bepaalde in artikel 67c AWR, wordt de verzuimboete in verband met een naheffing als bedoeld in artikel 35a van de Wet MB 1994indien onderdeel a daarvan van toepassing is, gesteld op nihil.